Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.BEOORDELING VAN HET BEROEP
Ontvankelijkheid beroep
5.PROCESKOSTENVERGOEDING EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, aandeelhouder van een kledinghandelende NV, maakte bezwaar tegen navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd voor de jaren 2006-2008. Hij stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar, maar dit beroep was te laat en daarom niet-ontvankelijk. Tijdens de procedure deed de Inspecteur alsnog een reële uitspraak op bezwaar, waartegen het beroep geacht werd mede gericht te zijn.
De navorderingsaanslagen zijn gebaseerd op een boekenonderzoek dat winstuitdelingen aan aandeelhouders vaststelde. Belanghebbende betwistte de bewustheid van bevoordeling, maar het Gerecht achtte aannemelijk dat belanghebbende en zijn broers zich bewust waren van de vermogensverschuiving. Hierdoor is sprake van een verkapte winstuitdeling.
De vergrijpboetes van 12,5% werden opgelegd vanwege grove schuld, omdat het niet aangeven van substantiële winstuitdelingen als laakbaar onachtzaam werd beoordeeld. Het Gerecht wees een proceskostenvergoeding af en bevestigde de navorderingsaanslagen en boetes. Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de uitspraak op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslagen en vergrijpboetes worden bevestigd.