Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Ontvankelijkheid beroep 2018
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende, eigenaar van een vrijstaande woning te Curaçao, betwist de door de Inspecteur vastgestelde waarde van NAf 650.000 voor de onroerendezaakbelasting over de jaren 2014 tot en met 2018. Hij heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslagen en beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar, met een eigen taxatierapport dat een lagere waarde van NAf 450.000 aangeeft.
De Inspecteur heeft de waarde onderbouwd met bouwprijzen van verzekeraar Guardian Group en verkoopgegevens van vergelijkbare percelen en woningen, maar heeft onvoldoende inzicht gegeven in de berekening van de waarde. Het Gerecht oordeelt dat de Inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. Het taxatierapport van belanghebbende is ook onvoldoende onderbouwd en sluit niet aan bij de waardepeildatum.
Het Gerecht verklaart het beroep tegen de aanslagen voor 2015, 2016 en 2018 niet-ontvankelijk vanwege termijnoverschrijding, maar stelt vast dat een waardevermindering voor 2014 ook geldt voor het gehele vijfjarige tijdvak. Het beroep tegen de aanslagen 2014 en 2017 wegens niet tijdig beslissen op bezwaar wordt eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Uiteindelijk stelt het Gerecht de waarde van de onroerende zaak in goede justitie vast op NAf 520.000 en draagt de Inspecteur op het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden.
Uitkomst: De waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op NAf 520.000 en het beroep tegen de aanslag 2014 wordt gegrond verklaard; de overige beroepen worden niet-ontvankelijk verklaard.