Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Beroep niet-tijdig beslissen op bezwaar
5.PROCESKOSTEN
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Belanghebbende, een buitenlands belastingplichtige woonachtig in de Verenigde Staten, was tot 29 juni 2010 als enig aandeelhouder ingeschreven in het aandeelhoudersregister van [E] NV, een Arubaanse vennootschap die een casino exploiteert. Na verkoop van de aandelen in 2010 stelde de Inspecteur een voorlopige en later een definitieve aanslag inkomstenbelasting vast. Belanghebbende maakte bezwaar tegen de definitieve aanslag en stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Het Gerecht oordeelt dat de aanslagtermijn van vijf jaar geldt omdat belanghebbende weliswaar te laat aangifte deed, maar de Inspecteur redelijkerwijs met deze aangifte rekening kon houden. De definitieve aanslag is echter pas na deze termijn vastgesteld, waardoor deze vernietigd wordt. De voorlopige aanslag blijft gehandhaafd omdat deze niet hoger is dan de materiële belastingschuld.
Belanghebbende voerde aan dat de economische eigendom van de aandelen bij een andere vennootschap lag, maar het Gerecht achtte hem niet geslaagd in deze bewijslast. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk omdat de Inspecteur inmiddels een uitspraak heeft gedaan. Het Gerecht veroordeelt de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De definitieve aanslag inkomstenbelasting 2010 wordt vernietigd wegens overschrijding van de aanslagtermijn, de voorlopige aanslag blijft gehandhaafd.