Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Bevoegdheid belastingrechter ter zake van premieheffing BVZ en AVBZ
3.PROCESKOSTENVERGOEDING
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende diende bezwaarschriften in tegen aanslagen inkomstenbelasting (IB), premie BVZ en premie AVBZ over het jaar 2013. De Inspecteur heeft nog geen uitspraak gedaan op deze bezwaren. Belanghebbende stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar.
Het Gerecht oordeelt dat de Inspecteur op bezwaar tegen premie AVBZ pas uitspraak mag doen nadat de IB-aanslag onherroepelijk is geworden. Omdat dat niet het geval is, is het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar premie AVBZ voortijdig en niet-ontvankelijk.
De beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren IB en premie BVZ zijn ontvankelijk en gegrond, omdat de Inspecteur niet binnen de wettelijke termijnen heeft beslist. Het Gerecht ziet echter af van het opleggen van een beslissing wegens proceseconomische redenen en omdat de bezwaren inhoudelijk ongegrond zijn.
Het Gerecht bevestigt dat de aanslagen door de Inspecteur zijn vastgesteld en dat de aanslagbiljetten voldoen aan de motiveringseisen. De bezwaren tegen de aanslagen worden ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
De uitspraak is gedaan door mr. A.J.H. van Suilen, mr. S. Verheijen en mr. D.J. Jansen op 26 oktober 2018.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar premie AVBZ is niet-ontvankelijk; de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaren IB en premie BVZ zijn gegrond, maar de bezwaren zelf worden ongegrond verklaard.