Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
3.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
4.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende kreeg op 29 juni 2018 een naheffingsaanslag winstbelasting 2016 met een verzuimboete van NAf 500 opgelegd. Na bezwaar en een beroepsprocedure handhaafde de Inspecteur aanvankelijk de boete. Op 23 maart 2022 vernietigde de Inspecteur de boete, waardoor het beroep feitelijk zinloos werd. Het Gerecht verklaarde het beroep op 6 april 2022 niet-ontvankelijk omdat belanghebbende geen belang meer had bij een uitspraak.
De proceskosten werden toegewezen aan belanghebbende, aangezien de Inspecteur geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen. Voor de bezwaarfase kon geen kostenvergoeding worden toegekend omdat belanghebbende dit niet had verzocht. Voor de beroepsfase werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van NAf 700 aan proceskosten en NAf 150 griffierecht. Partijen waren het eens dat voor het verschijnen ter zitting geen proceskostenvergoeding bestond omdat belanghebbende al wist dat de boete was vernietigd.
Het vonnis is gewezen door rechter M.M. de Werd en uitgesproken in aanwezigheid van griffier M.M.M. Faro MSc. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie belastingkamer.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de Inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.