Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.FEITEN
3.GESCHIL
4.OVERWEGINGEN
Schending hoorplicht 2017
5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT
Kosten bezwaarfase
6.DE BESLISSING
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Belanghebbende maakte bezwaar tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies voor 2017 en 2018. De Inspecteur legde voor 2017 een belastbaar inkomen vast dat afweek van de aangifte en besloot voor 2018 geen negatieve aanslag IB op te leggen. Het geschil spitste zich toe op de vraag of sprake was van een bron van inkomen.
Het Gerecht oordeelde dat de Inspecteur de hoorplicht in de bezwaarfase over 2017 had geschonden door belanghebbende niet te horen, waardoor de uitspraak op bezwaar voor dat jaar werd vernietigd. Voor 2018 werd het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk verklaard, omdat de Inspecteur inmiddels een reële uitspraak op bezwaar had gedaan.
Inhoudelijk concludeerde het Gerecht dat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er een objectieve voordeelsverwachting bestond, mede omdat de onderneming alleen negatieve resultaten behaalde en de financiële prognoses onvoldoende onderbouwd waren. De Inspecteur had daarom terecht geconcludeerd dat er geen bron van inkomen was. De aanslagen premies 2018 werden verminderd tot nihil en de aanslag IB 2018 werd opgelegd naar nihil belastbaar inkomen.
Het Gerecht veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak werd gedaan door rechter Pijnenburg op 15 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep over 2017 wordt gegrond verklaard wegens schending van de hoorplicht en de aanslag IB 2018 wordt opgelegd naar nihil belastbaar inkomen.