In deze zaak heeft het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao op 18 december 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van een bezwaar van belanghebbende tegen belastingaanslagen voor de jaren 2015 en 2016. Belanghebbende, woonachtig in Aruba, had eerder verzoeken om teruggaaf van ingehouden belasting ingediend bij de Inspecteur der Belastingen in Curaçao. De Inspecteur had echter nagelaten tijdig uitspraak te doen op deze bezwaren, wat leidde tot een beroep van belanghebbende tegen het niet-tijdig doen van uitspraak. Het Gerecht oordeelde dat het beroep gegrond was, omdat belanghebbende tijdig had ingediend, maar dat het bezwaar zelf niet-ontvankelijk was vanwege termijnoverschrijding. De uitspraak benadrukt de noodzaak voor de Inspecteur om tijdig te beslissen op bezwaren en de gevolgen van het niet-naleven van deze verplichting. Het Gerecht heeft de Inspecteur ook opgedragen om de proceskosten van belanghebbende te vergoeden, evenals het griffierecht. Deze uitspraak heeft implicaties voor de rechtsbescherming van belastingplichtigen en de verantwoordelijkheden van belastingautoriteiten.