ECLI:NL:OGEAM:2018:14

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
23 februari 2018
Publicatiedatum
6 april 2018
Zaaknummer
KG 2017/126
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigverklaring ontslag op staande voet wegens gebrek aan onverwijldheid en onduidelijkheid

De werknemer, sinds 2009 in dienst als patisseriebakker, werd op 2 mei 2017 telefonisch geconfronteerd met een mededeling van de werkgever tijdens carnaval dat hij niet meer nodig was. Deze mededeling voldeed niet aan de eisen van een ontslag op staande voet omdat niet duidelijk werd gemaakt dat de arbeidsovereenkomst direct eindigde. De werkgever stuurde vervolgens op 22 mei 2017 een brief met ontslag op staande voet, waarin een dringende reden werd genoemd, maar het onderzoek waarop dit was gebaseerd was al op 2 mei afgerond, waardoor het ontslag niet onverwijld was gedaan.

De werknemer heeft het ontslag aangevochten en vordert betaling van salaris vanaf 22 mei 2017. Het Gerecht stelt vast dat de werknemer zich beschikbaar hield voor werk en dat de werkgever hem niet welkom achtte. Het Gerecht oordeelt dat het zeer waarschijnlijk is dat de bodemrechter het ontslag op staande voet nietig zal verklaren vanwege gebrek aan duidelijke mededeling en onverwijldheid.

De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van het volledige loon tot 31 oktober 2017 en 50% van het loon daarna tot het einde van de arbeidsovereenkomst, met wettelijke rente en een maximale wettelijke verhoging van 10%. Tevens wordt de werkgever veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Ontslag op staande voet wordt naar voorlopig oordeel nietig verklaard en werkgever wordt veroordeeld tot doorbetaling van loon met rente en proceskosten.

Uitspraak

Vonnis van 23 februari 2018
Zaaknummer: KG 2017/126
Vonnisnr.
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
Vonnis
inzake:
[de werknemer],
wonende te Sint Maarten,
eiser,
gemachtigde: mr. H.S. Kockx,
hierna: de werknemer,
tegen
[de werkgever] B.V.,
gevestigd te Sint Maarten,
gedaagde,
gemachtigde: mr. A.J.A.M. Veen-Brom,
hierna: de werkgever.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het Gerecht heeft kennisgenomen van de volgende processtukken:
verzoekschrift met producties d.d. 24 november 2017,
producties van de werkgever,
pleitnota van mr. Kockx,
pleitnota van mr. Veen-Brom.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 9 februari 2018 in aanwezigheid van partijen (de werkgever vertegenwoordigd door mevrouw …… van personeelszaken) en beide gemachtigden. De griffier heeft aantekening gehouden van wat er is gezegd. Tegelijkertijd is het door de werkgever ingediende verzoekschrift inzake de voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst (EJ 2018/23) behandeld.
1.3.
In beide procedures wordt vandaag uitspraak gedaan.

2.De vaststaande feiten

2.1.
De werknemer is sinds 17 december 2009 als patisseriebakker in dienst getreden bij de werkgever die een hotel/restaurant exploiteert. Hij werkt zes dagen per week, 8 uur per dag, tegen een tweewekelijks bruto salaris van NAf 1.771,01 bruto (uurloon NAf 18,50 = USD 10,27).
2.2.
Op 2 mei 2017 (3:32 PM) zendt de werknemer een WhatsApp-bericht aan zijn directe chef:
“I’m stock parade in the road.”(vertaald: ik sta vast in de carnavalsoptocht, GEA).
2.3.
De werknemer werd daarna gebeld door de werkgever. Tijdens het telefoongesprek was carnavalsmuziek hoorbaar. Namens de werkgever werd in het telefoongesprek gezegd:
“You are in Carnaval, we do not need you no more.”
2.4.
Bij brief d.d. 22 mei 2017 bericht de werkgever aan de werknemer dat hij op staande voet is ontslagen. De dringende reden is:
“On May 2nd, 2017, you failed to show up for work as scheduled and thus was contacted by your manager. You then presented yourself on property in an aggressive manner and refused to cooperate when instructed to leave company property and return home. It was simultaneously reiterated that you would be contacted as to the outcome of the investigation and had to be escorted off property by security.
After a thorough internal investigation, it was found that you endangered yourself and others by being armed before entering company premises.”
2.5.
Op 24 mei 2017 heeft de werknemer zich beklaagd over het ontslag op staande voet bij de Labour Office.
2.6.
Het salaris en de vakantiedagen zijn uitbetaald tot 22 mei 2017.
2.7.
Bij brief van zijn advocaat van 18 augustus 2017 aan de werkgever heeft de werknemer de nietigheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.

3.De vorderingen

3.1.
De werknemer verzoekt het Gerecht om, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, hem gratis admissie te verlenen, de werkgever te veroordelen hem het salaris vanaf 22 mei 2017 door te betalen, plus wettelijke rente en verhogingen en de proceskosten.
3.2.
De werkgever bepleit dat het Gerecht de vorderingen van de werknemer zal afwijzen.
3.3.
Op de argumenten van partijen gaat het Gerecht hierna in voor zover deze van belang zijn voor de beoordeling van het geschil.

4.De beoordeling

Spoedeisendheid
4.1.
Omdat het om een loonvordering gaat staat de spoedeisendheid vast.
Beoordelingskader
4.2.
De vorderingen van de werknemer kunnen alleen worden toegewezen indien het zeer waarschijnlijk is dat de rechter in de bodemprocedure het ontslag op staande voet nietig acht.
Ontslag op staande voet
4.3.
De werkgever voert aan dat de ontslagbrief d.d. 22 mei 2017 op een vergissing berust. De werknemer is telefonisch op staande voet ontslagen op 2 mei 2017. De werknemer betwist dat.
4.4.
Het Gerecht is van oordeel dat de telefonische mededeling niet als een aanzegging van een ontslag op staande voet kan gelden. Onvoldoende wordt in die mededeling namelijk duidelijk gemaakt of er sprake is van einde dienstverband of dat de werknemer die dag niet meer welkom is. Een werknemer behoeft er niet op bedacht te zijn, nadat hij de werkgever had laten weten dat hij vast zit in het verkeer, dat de werkgever hem telefonisch op staande voet ontslaat omdat hij te laat op zijn werk gaat komen. Als dat al zou gebeuren moet ook duidelijk worden gezegd dat de arbeidsovereenkomst direct eindigt en de mededeling
“we do not need you no more”voldoet niet. Dat kan ook zien op “vandaag kan ik je echt niet meer zien” of “je bent toch al te laat blijf maar thuis” of “kom morgen maar weer werken” of “je bent geschorst”. Bovendien is de werknemer gewoon doorbetaald tot 22 mei 2017 en dat is niet begrijpelijk als hij per 2 mei 2017 op staande voet zou zijn ontslagen. Het (eventuele) ontslag op staande voet d.d. 2 mei 2017 zal dus naar alle waarschijnlijkheid door de bodemrechter nietig worden verklaard.
4.5.
Het ontslag op staande voet als vermeld in de brief d.d. 22 mei 2017 kan evenmin als rechtsgeldig worden aangemerkt. Terecht wijst de werknemer erop dat de drie rapporten over de gebeurtenissen op 2 mei dezelfde dag door de
“corporate chef”en de beveiliging zijn opgesteld. Niet wordt uitgelegd waaruit de
“thorough internal investigation”, als vermeld in de ontslagbrief, nog verder zou hebben bestaan. Al het onderzoek is op 2 mei al verricht en afgerond. Er is geen reden langer te wachten met de ontslagmededeling. Het (eventuele) ontslag op staande voet d.d. 22 mei 2017 is dus niet onverwijld gedaan en daarom, naar voorlopig oordeel, ook nietig.
Beschikbaarheid voor het werk
4.6.
De werkgever voert aan dat de werknemer zich niet beschikbaar heeft gehouden voor het werk. De werknemer heeft zich echter op 24 mei 2017 gemeld bij de Labour Department. De werknemer is gehoord en de werkgever heeft aan de Labour Department te kennen gegeven dat het standpunt werd gehandhaafd dat de werknemer agressief tegen collega’s en managers is geweest. Duidelijk is dus dat de werknemer, ook al zou hij zijn diensten hebben aangeboden, niet welkom was deze te verrichten. Het heeft onder deze omstandigheden geen zin dat de werknemer blijft aandringen bij de werkgever om hem toe te laten tot de werkzaamheden.
Conclusie
4.7.
Het Gerecht acht het zeer waarschijnlijk dat de bodemrechter tot dezelfde oordelen zal komen. Dit betekent dat de vorderingen van de werknemer worden toegewezen. De wettelijke verhogingen worden ambtshalve tot maximaal 10% toegewezen.
4.8.
De werkgever voert aan dat haar hotel/restaurant volledig is verwoest door de orkanen Irma en Maria. De werknemers hebben tot 31 oktober 2017 volledig betaald gekregen. Daarna nog maar 50%. De werknemer heeft ter zitting gezegd niet meer te willen ontvangen dan zijn collega’s. Dat zal het Gerecht dan ook beslissen.
Proceskosten
4.9.
Omdat de werkgever in het ongelijk is gesteld moet zij worden veroordeeld om de proceskosten van de werknemer te betalen.

5.De beslissing

Het Gerecht in Eerste Aanleg:
verleent aan de werknemer gratis admissie,
veroordeelt de werkgever om aan de werknemer te betalen 100% van het overeengekomen loon vanaf 22 mei 2017 tot en met 31 oktober 2017 en ingaande 1 november 2017 50% van het overeengekomen loon tot de dag dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd alsmede de wettelijke verhogingen van maximaal 10% en de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid van de respectievelijke loonbestanddelen tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt de werkgever in de proceskosten van de werknemer, begroot op NAf 261,50 aan oproepingskosten en NAf 1.000,00 aan salaris gemachtigde,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.J. van Rijen, rechter, en is op 23 februari 2018 in het openbaar in aanwezigheid van de griffier uitgesproken.