Uitspraak
verzoeker,
gemachtigde: mr. C.H.J. MERX,
verweerster,
gemachtigde: mr. F.N. JANSEN.
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
De werknemer trad op 4 oktober 2016 in dienst bij de werkgever en raakte op 21 december 2017 tijdens werkzaamheden gewond aan zijn rechterhand. De werkgever meldde het bedrijfsongeval bij de Sociale Zekerheidsbank (SZV) en de werknemer onderging medische behandelingen. De werknemer stelde de werkgever aansprakelijk voor de schade voortvloeiend uit het ongeval, waaronder medische kosten en inkomensverlies.
De werkgever betwistte de aansprakelijkheid en voerde aan dat de werknemer onvoldoende schade had aangetoond. Tijdens de procedure werd duidelijk dat SZV de medische kosten vergoedt, waardoor de werknemer geen kosten hoeft te dragen. Daarnaast is de arbeidsovereenkomst geëindigd door het verstrijken van de bepaalde tijd, zonder juridisch relevant oorzakelijk verband met het ongeval. De werknemer gaf ook geen concrete onderbouwing van inkomensschade, ondanks zijn leeftijd en pensioenrechten.
Het gerecht concludeerde dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de werknemer schade heeft geleden. Aangezien schade een vereiste is voor aansprakelijkheid, wees het gerecht de vorderingen af en veroordeelde de werknemer in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering werknemer afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van schade; werknemer veroordeeld in proceskosten.