De werknemer was sinds 2010 ambtenaar en vanaf 2013 gedetacheerd als directeur financiën bij de werkgever, een overheidsdeelneming. Na een ingetrokken ontslag op staande voet in oktober 2017, waarbij de werknemer geen werkzaamheden meer hoefde te verrichten maar wel loon ontving, verzocht de werkgever om ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens veranderde omstandigheden.
De werknemer betwistte de ontbinding en vorderde terugkeer op de werkvloer en een vergoeding bij toewijzing. Het Gerecht oordeelde dat de werknemer formeel nog ambtenaar is omdat geen rechtsgeldig ontslagbesluit is genomen volgens de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht. Hierdoor behoudt de werknemer recht op salaris van het Land Sint Maarten.
Het Gerecht stelde vast dat de voortzetting van de arbeidsovereenkomst niet zinvol was vanwege ernstige onmin en verwijten tussen partijen, waaronder bedreiging en niet-naleving van verplichtingen. De ontbinding werd daarom gerechtvaardigd zonder toekenning van vergoeding, mede omdat de werknemer zijn loon bleef ontvangen en terug kan vallen op zijn ambtenarensalaris.
De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. De beslissing werd genomen in een eenvoudige procedure gericht op snelle ontbinding, waarbij het Gerecht geen vergoeding toekende gezien de bijzondere arbeidsrelatie en omstandigheden.