ECLI:NL:OGEAM:2019:14
Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet nietig wegens strijd met gelijkheidsbeginsel en onveilige werksfeer
De werknemer, sinds 2007 in dienst als Credit Administration Officer, werd op 29 oktober 2018 op staande voet ontslagen wegens het doorsturen van interne klachtbrieven aan de advocaat van een collega. De werkgever stelde dat dit een ernstige vertrouwensbreuk was en beriep zich op dringende reden.
De werknemer betwistte de rechtmatigheid van het ontslag en vorderde betaling van achterstallig salaris. Het gerecht oordeelde dat geen sprake was van een dringende reden die onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigde. Het doorsturen van klachtbrieven, met toestemming van voormalige werknemers, was onvoldoende ernstig, zeker gezien de context van ernstige klachten over het management en een onveilige werksfeer.
Daarnaast werd het ontslag getoetst aan het gelijkheidsbeginsel. De werkgever had een andere werknemer met zwaardere waarschuwingen een ontbindingsvergoeding aangeboden, terwijl de eiseres zonder enige financiële voorziening op staande voet werd ontslagen. Gezien het onberispelijke dienstverband van circa 11 jaar en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, achtte het gerecht een minder ingrijpende sanctie passend.
Het gerecht veroordeelde de werkgever tot betaling van het achterstallig en toekomstig loon, verhoogd met een gemaximeerde wettelijke verhoging, en in de proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is nietig verklaard en de werkgever is veroordeeld tot betaling van achterstallig en toekomstig loon met proceskosten.