ECLI:NL:OGEAM:2026:68

Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten

Datum uitspraak
12 juni 2026
Publicatiedatum
15 juni 2026
Zaaknummer
SXM202500737 en SXM202500752 tot en met SXM202500756
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 12 lid 2 ALLArt. 29 lid 1 ALLArt. 31 lid 1 ALL
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep en ongegrondverklaring bezwaar tegen belastingaanslagen 2013 en 2014

Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen aanslagen inkomstenbelasting en premies AOV/AWW en AVBZ voor de jaren 2013 en 2014. De Inspecteur verklaarde deze bezwaren niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijnen. Belanghebbende stelde dat de termijnoverschrijding geen belemmering mag zijn voor een juiste belastingheffing.

Het Gerecht oordeelt dat het beroep tegen de aanslagen 2013 niet-ontvankelijk is omdat het beroepschrift buiten de wettelijke termijn van twee maanden is ingediend. Voor de aanslagen 2014 is het bezwaar eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaarschrift te laat is ingediend. Er zijn geen omstandigheden die de termijnoverschrijding rechtvaardigen.

Het Gerecht benadrukt dat de bezwaar- en beroepstermijnen van openbare orde zijn en dat een procedurele hobbel niet kan worden genegeerd. Tevens is vastgesteld dat tegen de weigering van ambtshalve vermindering geen rechtsmiddel openstaat. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard voor 2013 en ongegrond voor 2014.

Uitkomst: Het beroep tegen de aanslagen 2013 is niet-ontvankelijk en het beroep tegen de aanslagen 2014 ongegrond wegens termijnoverschrijding.

Uitspraak

Uitspraak van 12 juni 2026
BBZ nrs. SXM202500737 en SXM202500752 tot en met SXM202500756
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
op het beroep in de zin van de
Landsverordening op het beroep in belastingzaken 1940 van:
[Belanghebbende], wonende in Sint Maarten,
belanghebbende,
gericht tegen:
DE INSPECTEUR DER BELASTINGEN, zetelend te Sint Maarten,
de Inspecteur.

1.PROCESVERLOOP

1.1
Aan belanghebbende zijn op 17 oktober 2019 aanslagen inkomstenbelasting (IB) en premies AOV/AWW en AVBZ voor de jaren 2013 en 2014 opgelegd. Gelijktijdig met de aanslag IB voor het jaar 2014 is een verzuimboete opgelegd. De aanslagen resulteren in de volgende te betalen bedragen:
Jaar
Middel
Bedrag van de aanslag
Boete
2013
IB
NAf
1.142
NAf
Premies AOV/AWW
NAf
3.051
NAf
Premie AVBZ
NAf
436
NAf
2014
IB
NAf
1.386
NAf
500
Premies AOV/AWW
NAf
3.253
NAf
Premie AVBZ
NAf
464
NAf
1.2
Belanghebbende heeft op 18 maart 2025 daartegen bezwaar gemaakt.
1.3
De Inspecteur heeft bij uitspraken van 28 maart 2025 (2013) en 8 mei 2025 (2014) de bezwaren niet-ontvankelijk verklaard. De Inspecteur heeft gelet op de termijn van artikel 12, lid 2 van de Algemene landsverordening landsbelasting (ALL) evenmin aanleiding gezien de aanslagen ambtshalve te verminderen.
1.4
Belanghebbende heeft op 8 juli 2025 tegen de uitspraken van de Inspecteur beroep ingesteld bij het Gerecht. Belanghebbende heeft daarvoor een bedrag aan griffierecht betaald van NAf 50.
1.5
De Inspecteur heeft op 13 maart 2026 een verweerschrift ingediend.
1.6
De zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2026 te Philipsburg. Belanghebbende is, zonder berichtgeving, niet verschenen. De belastinggriffie van het Gerecht heeft bij e-mailbericht van 28 januari 2026 belanghebbende uitgenodigd voor de zitting. Dit bericht is gestuurd naar het emailadres [Email 1] dat is vermeld op belanghebbendes beroepschrift. Het Gerecht gaat er daarom vanuit dat belanghebbende op regelmatige wijze is uitgenodigd voor de zitting. Namens de Inspecteur zijn verschenen [A] en [B].

2.FEITEN

2.1
Belanghebbende heeft op 18 maart 2025 aangiften IB en premies ingediend voor de jaren 2013 en 2014.

3.GESCHIL

3.1
In geschil is of de Inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
3.2
Belanghebbende stelt dat de bezwaren ten onrechte niet-ontvankelijk zijn verklaard. Bovendien is hij van mening dat een procedurele hobbel niet in de weg mag staan aan een vermindering van de aanslagen conform hetgeen daadwerkelijk aan belasting verschuldigd is. De opgelegde aanslagen sluiten niet aan bij het door hem in de jaren 2013 en 2014 daadwerkelijk ontvangen inkomen. Ook voert hij aan dat nu het gaat over oudere jaren dit zijn verdedigingspositie bemoeilijkt.
3.3
De Inspecteur stelt dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard, aangezien deze na de wettelijke termijn zijn ingediend. Verder merkt de Inspecteur op dat indien de bezwaren moeten worden aangemerkt als verzoeken om ambtshalve vermindering, deze verzoeken terecht zijn afgewezen omdat deze buiten de termijn van vijf respectievelijk tien jaar, zoals bepaald in artikel 12, lid 2 ALL, zijn ingediend.

4.OVERWEGINGEN

4.1
Alvorens tot een inhoudelijke beoordeling van de aanslagen te kunnen overgaan, dient het Gerecht de ontvankelijkheid van belanghebbendes beroep en bezwaar te beoordelen.
Ontvankelijkheid beroep IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2013
4.2
In artikel 31, lid 1 ALL is bepaald dat de belanghebbende die bezwaar heeft tegen een door de Inspecteur gedane uitspraak, binnen twee maanden na de dagtekening van de uitspraak in beroep kan komen bij het Gerecht.
4.3
De uitspraak op het bezwaar tegen de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2013 is gedagtekend op 28 maart 2025. Het beroepschrift is op 8 juli 2025 ingediend. Dit beroepschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
4.4
Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn niet gesteld noch gebleken. Dat betekent dat het beroep voor zover het ziet op de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2013 niet-ontvankelijk is.
Ontvankelijkheid bezwaar IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2014
4.5
In artikel 29, lid 1, ALL is bepaald dat degene die bezwaar heeft tegen een hem opgelegde belastingaanslag, binnen twee maanden na de dagtekening van het aanslagbiljet een gemotiveerd bezwaarschrift kan indienen bij de Inspecteur.
4.6
De aanslagbiljetten IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2014 hebben als dagtekening 17 oktober 2019. Het bezwaarschrift is op 18 maart 2025 ingediend. Dit bezwaarschrift is dus buiten de wettelijke termijn van twee maanden ingediend.
4.7
Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding zijn ook hier niet gesteld noch gebleken. Dat betekent dat de Inspecteur de bezwaren tegen de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2014 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
4.8
Het Gerecht verwerpt de stelling van belanghebbende dat een procedurele hobbel niet in de weg mag staan aan een vermindering van de aanslagen conform hetgeen daadwerkelijk aan belasting verschuldigd is, nu de bezwaar- en beroepstermijn van openbare orde zijn.
Ten overvloede
4.9
Op grond van artikel 12, lid 2 ALL kan de Inspecteur een onjuiste aanslag ambtshalve verminderen. Tegen de weigering van de inspecteur om ambtshalve te verminderen, staat geen rechtsmiddel open, zodat daartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld (vgl. GEA Curaçao 4 oktober 2019, ECLI:NL:OGEAC:2019:228 en GEA Sint Maarten 4 juli 2025, ECLI:NL:OGEAM:2025:40).

5.PROCESKOSTEN EN GRIFFIERECHT

5.1
Het Gerecht ziet geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding en/of vergoeding van het griffierecht.

6.DE BESLISSING

Het Gerecht:
  • verklaart het beroep ter zake van de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2013 niet-ontvankelijk; en
  • verklaart het beroep ter zake van de aanslagen IB en premies AOV/AWW en AVBZ 2014 ongegrond
Deze uitspraak is gegeven door mr. drs. P.A.M. Pijnenburg , rechter, en is uitgesproken op 12 juni 2026, in tegenwoordigheid van de griffier mr. L.M. de Leeuw van Weenen.
De griffier, De rechter,
Afschriften zijn per post/ per e-mail op ………………………… aan partijen verzonden.
HOGER BEROEP
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen
twee maandenna de verzenddatum hoger beroep instellen bij:
Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie (belastingkamer)
Frontstreet 58 (The Courthouse)
Philipsburg
Sint Maarten
U wordt verzocht bij het indienen van het beroepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het beroepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het beroepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener,
b. de dagtekening,
c. waartegen u in beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Partijen hebben ook de mogelijkheid het ondertekende beroepschrift per e-mail in te dienen bij de griffie van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie:
belastinggriffie@caribjustitia.org.
Voor het instellen van hoger beroep is een griffierecht van Cg 300 verschuldigd.