ECLI:NL:OGHACMB:2018:92
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over nalatenschap, onrechtmatige verrijking en rechtshandelingen na overlijden erflater
De zaak betreft een hoger beroep in een civiel geschil over de nalatenschap van een overleden echtgenoot die sinds 1988 in gemeenschap van goederen was gehuwd met appellante. Na zijn overlijden in april 2014 ontstond een conflict tussen appellante en geïntimeerde, die sinds 2010/2011 met de erflater samenwoonde. Kernpunten zijn de eigendom van een auto die op naam van de erflater stond en later op naam van geïntimeerde werd gezet, en een geldlening aan een entiteit die een perceel met woning bezat.
Appellante vordert betaling van bedragen gerelateerd aan de auto en vernietiging van rechtshandelingen omtrent de geldlening en aandelenoverdracht. Geïntimeerde vordert onder meer betaling wegens waardevermeerdering van het perceel en opheffing van beslag. Het Hof oordeelt dat appellante bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden, maar dat onduidelijk is wie alle erfgenamen zijn, waardoor een comparitie wordt gelast.
Het Hof bevestigt dat de auto niet als een gebruikelijke gift kan worden aangemerkt en dat appellante de rechtshandeling rechtsgeldig heeft vernietigd. De vordering op grond van ongerechtvaardigde verrijking wordt deels betwist vanwege de aanwezigheid van rechtshandelingen van de erflater. Verder is er discussie over de toepassing van wettelijke bepalingen omtrent giften en vermogensverschuivingen tussen echtgenoten en samenwonenden. Het Hof houdt de zaak aan en gelast een comparitie om verdere inlichtingen te verkrijgen en een regeling te beproeven.
Uitkomst: Het Hof gelast een comparitie van partijen en houdt verdere beslissing aan.