Uitspraak
GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN
ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN
BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
- TRR exploiteerde tot medio 2019 een restaurant.
- [werknemer] was bij TRR in de functie van assistent general manager werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst, laatstelijk tegen een brutosalaris van Afl. 4.500 per maand.
- Bij brief van 16 augustus 2019 is [werknemer] op staande voet ontslagen. De brief vermeldt het volgende, weergegeven voor zover van belang:
- [werknemer] heeft de nietigheid van het ontslag ingeroepen, waarna TRR een voorwaardelijk ontbindingsverzoek heeft ingediend. Nadien heeft [werknemer] berust in het ontslag, waarna TRR het ontbindingsverzoek heeft ingetrokken.
- TRR was ten tijde van de in de ontslagbrief genoemde gebeurtenissen bezig met de voorbereiding van de sluiting van haar restaurant. In dat kader is met alle (overige) werknemers een afspraak gemaakt omtrent de beëindiging van het dienstverband. Die afspraak hield kort gezegd in dat iedere werknemer het loon over de opzegtermijn en de cessantia-uitkering zou ontvangen.