Uitspraak
1.Het verloop van de procedure
2.De beoordeling
Landsverordening
Landsbesluit methodiek bepaling passagiersfaciliteitengelden en landings- en parkeergelden(hierna: ‘het Landsbesluit’).
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Curaçao Airport Partners N.V. (CAP), exploitant van luchthaven Hato, vorderde in kort geding dat het Land Curaçao de Passenger Facility Charges (PFC) zou verhogen vanwege de financiële impact van de coronapandemie. CAP baseerde haar verzoek op artikel 20 van Pro het Landsbesluit, dat aanpassing van tarieven bij uitzonderlijke en onvoorziene omstandigheden mogelijk maakt.
Het Hof oordeelde dat de Minister van het Land Curaçao een beoordelingsruimte heeft bij het vaststellen van de PFC-tarieven en dat de rechter slechts beperkt kan toetsen of het afwijzen van een verhoging onredelijk is. De belangen van de concurrentiepositie van de luchthaven en het toerisme zijn zwaarwegend en mogen meewegen in de beoordeling.
Hoewel CAP financieel zwaar getroffen is, is het Hof van oordeel dat het Land niet onrechtmatig heeft gehandeld door de gevraagde verhoging niet vast te stellen. Ook een rechterlijk bevel tot tariefvaststelling is niet passend, mede vanwege de wettelijke procedures en het consultatierecht van luchtvaartmaatschappijen.
Het Hof benadrukt dat partijen via de reguliere procedures tot een oplossing moeten komen en dat het Land de voorstellen van CAP welwillend moet overwegen. Het beroep op artikel 1 Protocol Pro 1 EVRM leidt niet tot een ander oordeel. Het bestreden vonnis wordt bevestigd en CAP wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het Hof bevestigt het vonnis dat de verhoging van de Passenger Facility Charges niet wordt toegewezen en veroordeelt CAP in de proceskosten.