ECLI:NL:OGHACMB:2021:239
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdeling ontbonden huwelijksgemeenschap met geschil over pensioen en aandelenportefeuille
In deze zaak stond de verdeling van een ontbonden huwelijksgemeenschap centraal, waarbij partijen het oneens waren over de verdeling van het ouderdomspensioen van de geïntimeerde, de aandelenportefeuille die op beider naam stond en de financiële verantwoording over bankrekeningen na ontbinding.
De geïntimeerde betwistte dat het ouderdomspensioen volledig toekomt aan de appellant en stelde dat een deel daarvan een tijdelijk ouderdomspensioen betrof dat in de gezamenlijke huishouding was verbruikt. Het hof oordeelde dat de geïntimeerde onvoldoende had onderbouwd dat hij geen gebruik had gemaakt van het tijdelijk pensioen en kende de appellant het bedrag van drie maal € 15.464,81 toe, minus reeds betaalde bedragen, vermeerderd met rente.
Ten aanzien van de aandelenportefeuille stelde het hof vast dat deze niet in de oorspronkelijke verdeling was betrokken en dat de geïntimeerde onvoldoende had aangetoond dat deze niet tot de gemeenschap behoorde. Het hof bepaalde dat de portefeuille en het saldo op de beleggingsrekening per 9 november 2011 bij helfte verdeeld moeten worden, waarbij de geïntimeerde de helft aan de appellant moet vergoeden.
Wat betreft de financiële verantwoording over bankrekeningen in de periode 2011-2014 concludeerde het hof dat de geïntimeerde voldoende inzicht had gegeven en dat de appellant onvoldoende had onderbouwd dat er nog vorderingen waren. De proceskosten werden gecompenseerd vanwege het feit dat partijen gewezen echtgenoten zijn.
Uitkomst: Het hof bepaalde dat de aandelenportefeuille en het tijdelijk ouderdomspensioen deels aan appellant toekomen en veroordeelde geïntimeerde tot betaling en vergoeding.