ECLI:NL:OGHACMB:2021:262

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
18 juni 2021
Publicatiedatum
27 augustus 2021
Zaaknummer
SXM2018H00216
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 66a Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstelvonnis wegens ontbreken van proceskostenbedragen in vonnis hoger beroep

In deze zaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba op 18 juni 2021 een herstelvonnis uitgesproken. Dit herstelvonnis betreft het vonnis van 11 juni 2021 in hoger beroep, waarin een kennelijke fout was geslopen doordat de bedragen met betrekking tot de proceskosten niet waren vermeld in het dictum.

Het verzoek tot verbetering werd ingediend door mr. Kutluer en ondersteund door mr. Choennie namens de RBCTA, die geen bezwaar had tegen het herstelverzoek. Het Hof oordeelde dat er sprake was van een verzuim om te beslissen zoals bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waardoor het verzoek toewijsbaar was.

Het herstelvonnis bepaalt dat de RBCTA veroordeeld wordt in de kosten van het hoger beroep aan de zijde van de appellanten, begroot op NAf 321,50 voor verschotten en NAf 6000,- voor salaris van de gemachtigde. Tevens wordt het dictum van het oorspronkelijke vonnis aangepast om deze bedragen te vermelden. Het gerectificeerde vonnis wordt aan partijen verstrekt en de partijen worden verzocht de ontvangen grosse of afschrift te retourneren aan de griffie.

Uitkomst: Het hof verbeterde het vonnis van 11 juni 2021 door de ontbrekende proceskostenbedragen toe te voegen en veroordeelde RBCTA in de kosten van het hoger beroep.

Uitspraak

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE
van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en
van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
HERSTELVONNIS
in de zaak van:
in de zaak van:
de vereniging
RAINBOW BEACH CLUB TRANSITION ASSOCIATION,
gevestigd in Sint Maarten,
hierna: RBCTA,
in eerste aanleg geopposeerde en eiseres in conventie, verweerster in reconventie,
thans appellante,
gemachtigde: mr. V.C. Choennie,
tegen
1.
[APPELLANT 1],
2.
[APPELLANT 2],
wonende in de Verenigde Staten van Amerika,
hierna: (het echtpaar) [appellanten],
in eerste aanleg opposanten en gedaagden in conventie, eisers in reconventie,
thans geïntimeerden,
gemachtigden: mrs. W.J. Nelissen en C.L. Wasiela.

1.Het verzoek tot verbetering

1.1.
Bij e-mail van 14 juni 2021 heeft mr. Kutluer het Hof gewezen op een kennelijk fout in het tussen partijen gewezen vonnis van 11 juni 2021. In het dictum lijkt een fout te zijn geslopen, aangezien er geen bedragen zijn gemeld ten aanzien van de proceskosten, aldus mr. Kutluer.
1.2.
Op maandag 14 juni 2021 heeft het Hof van mr. Choennie, via e-mail, bericht ontvangen dat zij geen bezwaar heeft tegen het herstelverzoek van mr. Kutluer.
1.3.
Vonnis is bepaald op heden.

2.De beoordeling

2.1.
Het Hof is van oordeel dat in het dictum van het vonnis van 11 juni 2021 sprake is van een verzuim om te beslissen als bedoeld in artikel 66a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek tot verbetering van het vonnis is in die zin toewijsbaar en het Hof zal het vonnis verbeteren/aanvullen zoals hieronder in de beslissing is bepaald.

3.De beslissing

Het Hof:
- bepaalt dat in het dictum van het tussen partijen gewezen vonnis van 11 juni 2021 met bovenvermeld zaaknummer, waar staat “veroordeelt RBCM in de kosten van het principaal hoger beroep, aan de zijde van [appellanten] gevallen en tot op heden begroot op NAf PM voor verschotten en PM,- voor salaris van de gemachtigde” wordt gewijzigd in
“veroordeelt RBCM in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van [appellanten] gevallen en tot op heden begroot op NAf 321,50 voor verschotten en NAf 6000,- (3 punt x tarief 5) voor salaris van de gemachtigde.
- bepaalt dat deze verbetering op de minuut van het vonnis van 11 juni 2021 wordt vermeld, met een verwijzing naar het onderhavige herstelvonnis;
- bepaalt dat de griffie van het Hof een afschrift van het aldus gerectificeerde vonnis zal verstrekken aan partijen;
- gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet al hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 11 juni 2021 na ontvangst van dit herstelvonnis aan de griffie van het Hof te retourneren.
Dit vonnis is gewezen door mrs. E.M. van der Bunt, M.W. Scholte en F.W.J. Meijer, leden van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 18 juni 2021.
mbm