Uitspraak
1.Procesverloop
NAf. 892.611, resulterend in een verschuldigd bedrag van NAf. 409.098.
NAf. 972.533, resulterend in een verschuldigd bedrag van NAf. 433.918.
NAf. 9.071.260, resulterend in een verschuldigd bedrag van NAf. 4.346.969.
2.Feiten
3.Geschil in hoger beroep
4.Het oordeel van het Gerecht
[Hof: zie Feiten, onder 2.3].
5.Gronden
14 december 2021 positief op Covid-19 is getest. Het Hof heeft dit verzoek afgewezen, omdat het verzoek ruim vier weken voor de geplande zitting van het Hof is gedaan en de kans groot is dat de gemachtigde op de geplande zitting voldoende hersteld zou zijn. Gegeven het feit dat de zaak van belanghebbende pas vier weken later behandeld zou worden, had de gemachtigde daarnaast ook nog ruimschoots de tijd de zaak over te dragen aan een collega. In dit verband heeft het Hof meegewogen dat de gemachtigde van belanghebbende werkzaam is bij een middelgroot kantoor. De gemachtigde is voorts nog gewezen op de mogelijkheid om digitaal aan de zitting van het Hof deel te nemen.
NAf. 224.476.
NAf. 14.250 (2015) per abuis verzuimd aan te brengen. Voor wat betreft het jaar 2015 beroept de Inspecteur zich op interne compensatie tot het bedrag van NAf. 14.250. Het Hof zal het beroep op interne compensatie honoreren en voor wat betreft het jaar 2015 een winstuitdeling van
NAf. 14.250 ter zake van auto 3 in aanmerking nemen.
NAf. 38.108 (2015) aan Holding NV. Aan belanghebbende is door Holding NV geen rente in rekening gebracht. Er is derhalve sprake van een bewuste bevoordeling van de vennootschap jegens de aandeelhouder, zodat door de Inspecteur terecht ter zake van de niet in rekening gebrachte rente een winstuitdeling is geconstateerd van NAf. 17.231 (2014) en NAf. 38.108 (2015).
NAf. 102.201 (2013), NAf. 132.510 (2014) en NAf. 96.959 (2015).
NAf. 1.400 wegens beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van NAf. 700 en een wegingsfactor van 1).
6.Beslissing
- verklaart het hoger beroep inzake de navorderingsaanslag 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraak van het Gerecht, met uitzondering van de beslissingen over de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013, de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2014, het griffierecht en de proceskosten;
- verklaart het beroep inzake de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar inzake de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2015;
- vermindert de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2015 tot een belastingaanslag naar een belastbaar inkomen van NAf. 1.044.462;
- gelast dat de Inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van NAf. 200 (hoger beroep) vergoedt, en
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende voor de hoger beroepsfase van NAf. 1.400.
mr. M.J. Leijdekker, leden, in tegenwoordigheid van mr. S.C.M.J. Bucx als griffier.