Uitspraak
VERENIGING VAN EIGENAREN OCEAN BREEZE RESORT GEBOUW 1,
VERENIGING VAN EIGENAREN OCEAN BREEZE RESORT GEBOUW 2,
VERENIGING VAN EIGENAREN OCEAN BREEZE RESORT GEBOUW 3,
VERENIGING VAN EIGENAREN OCEAN BREEZE RESORT GEBOUW 5,
VERENIGING VAN EIGENAREN OCEAN
CARIBBEAN LAGOON N.V.,
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.De vorderingen over en weer
4.Beslissingen in eerste aanleg
5.Beoordeling door het Hof
voorzoveel nodig wordt bestemd ten nutte van de appartementen en villa's” – de ontwikkeling van een voornamelijk op wonen gericht resort met aan de straatkant één op toerisme gericht gebouw (het hotel). Uit de bewoordingen” voorzoveel nodig” kan worden afgeleid dat er bij de ontwikkeling van dit resort enerzijds ruimte is voorzien voor nadere ontwikkeling. Anderzijds geldt, zoals uit de overzichtstekeningen blijkt en door het Hof ook is waargenomen tijdens de descente, dat het blijkens de eerste zin van de mandeligheidsbepaling de bedoeling was het resort ruim op te zetten, met ruimte voor tuinen, looppaden, zwembad, een poolarea en overige voorzieningen. De laatste omschrijvingen verwijzen naar voorzieningen die het Hof bij de descente ook heeft waargenomen. Het Hof heeft kavel 1512 waargenomen als een relatief klein, onregelmatig gevormd stuk terrein gelegen tussen de trap aan de achterkant van het hotel en villa 5, aan de zijkant begrensd door het water en de marina. Dit perceel valt niet te karakteriseren als tuin of parkeerplaats. Dat tussen de op regelmatige afstand staande palmen auto’s geparkeerd kunnen worden en dit volgens de VvE’s ook gebeurt, betekent niet dat het ten tijde van het opstellen van de splitsingsakte de bedoeling van Caribbean Lagoon was deze kavel te bestemmen voor gemeenschappelijke voorzieningen en dat de VvE’s dit ook konden verwachten. Daarvoor hebben de VvE’s onvoldoende gesteld. Dat Caribbean Lagoon aan de kavel de bestemming heeft gegeven voor de bouw van een kleine horecagelegenheid past binnen de geobjectiveerde bedoeling die blijkt uit de splitsingsakte, overigens ook uit de overzichtstekeningen, en sluit aan bij de gesteldheid van het terrein die het Hof heeft waargenomen. Kavel 1512 kan daarmee niet als mandelig worden aangemerkt.