Uitspraak
RAAD VAN BEROEP
Op het hoger beroep van:
[appellante],
8 januari 2018, AUA201701395 (aangevallen uitspraak), in het geding tussen:
de Gouverneur van Aruba,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
bevestigtde aangevallen uitspraak.
Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellante, werkzaam als ambtenaar bij het Land Aruba, verzocht om bevordering naar de rang van hoofdklerk (schaal 5) per 1 juni 2012. Dit verzoek werd door geïntimeerde afgewezen vanwege haar langdurige arbeidsongeschiktheid en het niet voldoen aan de anciënniteitseis van vier jaar volgens de Bezoldigingsregeling Aruba 1986 (Bra 1986).
Het Gerecht verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond en oordeelde dat haar functie een carrièrefunctie is, waarbij zij de carrièrelijn moet doorlopen en niet direct kan worden bevorderd naar schaal 7. Appellante was in de relevante periode 626 dagen arbeidsongeschikt, waardoor geïntimeerde het functioneren niet redelijkerwijs kon beoordelen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar ziektedagen door nalatig handelen van geïntimeerde waren toegenomen en dat voor haar functie een kortere anciënniteitseis van drie jaar zou gelden. De Raad oordeelde echter dat de functie niet benoemd is en dat de anciënniteitseis van vier jaar van toepassing is. Tevens was de arbeidsongeschiktheid het gevolg van een geweldsdelict, en was er geen zicht op herstel in de relevante periode.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak juist is en bevestigde deze, waarbij ook werd geoordeeld dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het bevorderingsverzoek bevestigd.