De zaak betreft het hoger beroep van de gouverneur tegen een uitspraak van het Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba waarin het bezwaar van ambtenaar [A] tegen het uitstel van zijn bevordering werd toegewezen. [A] werkte sinds 2012 bij het Korps Politie Aruba en werd in 2020 positief beoordeeld voor bevordering naar brigadier 1ste klasse. De gouverneur stelde echter de ingangsdatum van de bevordering uit vanwege een langdurige arbeidsongeschiktheid van 287 dagen in de anciënniteitsperiode, volgens het 90-dagen verzuimbeleid.
Het Gerecht oordeelde dat perioden van arbeidsongeschiktheid niet mogen worden meegeteld voor het voldoen aan de anciënniteitsperiode en vernietigde het besluit. De gouverneur stelde in hoger beroep dat het bestuursorgaan wel bevoegd is om de bevordering uit te stellen bij langdurige arbeidsongeschiktheid, zoals bevestigd in eerdere uitspraken van de Raad. De Raad stelde vast dat bij een periode van meer dan 90 dagen arbeidsongeschiktheid de anciënniteitsperiode verlengd mag worden met het aantal dagen boven die 90 dagen.
De Raad oordeelde dat de gouverneur de ingangsdatum van de bevordering ten onrechte had vastgesteld op 1 augustus 2021 en dat deze op grond van het beleid en de rechtspraak op 1 mei 2021 kan ingaan vanwege uitvoeringstechnische redenen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat een andere ambtenaar een ander verzuimbeleid onderging dat gunstiger was. De Raad vernietigde het vonnis van het Gerecht voor zover het de gouverneur opdroeg opnieuw te beslissen en bevestigde het voor het overige, met de opdracht aan de gouverneur om binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen.