Conclusie
No. 12 026
Zitting 26 november 1982
.eist nu eenmaal dat de schuldvordering en de schuldplichtigheid beide zijn ontstaan vóór de faillietverklaring, en de vrouw had, vóór het faillissement, geen schuld aan de man uit onrechtmatige daad.
Parket bij de Hoge Raad
In deze zaak stond centraal of een curator in faillissement een vordering tot schadevergoeding kan instellen tegen een derde die heeft meegewerkt aan benadeling van schuldeisers, ook als deze vordering niet aan de gefailleerde toekomt. De echtelijke woning van de gefailleerde was voor een te lage prijs doorverkocht aan zijn echtgenote.
De curator vorderde betaling van het verschil tussen de werkelijke waarde en de betaalde prijs van de woning wegens onrechtmatige daad jegens de gezamenlijke schuldeisers. De echtgenote stelde in reconventie compensatie voor een door haar betaalde belastingschuld van haar man. De rechtbank wees deze compensatie af, het hof stond deze toe op grond van art. 53 Fw Pro.
De Hoge Raad oordeelde dat de curator bevoegd is om vorderingen in te stellen ter bescherming van schuldeisers, ook tegen derden, en dat een vordering uit onrechtmatige daad naast de faillissements-pauliana mogelijk is. Echter, compensatie is niet toegestaan indien partijen niet elkaars schuldeiser en schuldenaar zijn in dezelfde hoedanigheid en de schuld is ontstaan door benadeling van de boedel. Bovendien moet de schuldvordering en schuldplichtigheid vóór faillietverklaring zijn ontstaan, wat hier niet het geval was.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar een ander hof.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak voor verdere behandeling naar een ander hof, waarbij werd bevestigd dat compensatie op grond van art. 53 Fw niet is toegestaan in deze situatie.