Conclusie
[verweerder 1]
[verweerster 2]
Parket bij de Hoge Raad
Eiser en verweerder 1 waren collega’s bij dezelfde werkgever en hadden een goede verstandhouding waarbij speels gedrag zoals duwtjes gebruikelijk was. Op een dag gaf verweerder 1 een speelse duw aan eiser, waarna eiser viel en zijn rechterknie beschadigde.
Eiser vorderde schadevergoeding wegens onrechtmatige daad. De rechtbank kende hem die toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af omdat de speelse duw niet in strijd was met de maatschappelijke zorgvuldigheid en verweerder 1 niet had behoren te voorzien dat eiser zou vallen en letsel zou oplopen.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof. Er was geen onrechtmatigheid omdat de handeling paste binnen de normale omgangsvormen en geen veiligheidsnormen werden overschreden. Daarnaast ontbrak het aan voorzienbaarheid van het letsel, waardoor geen aansprakelijkheid op grond van onrechtmatige daad kon worden aangenomen.
Het beroep van eiser werd verworpen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot schadevergoeding wegens knieblessure na speelse duw op werkvloer wordt afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatigheid en voorzienbaarheid.