Conclusie
Korte beschrijving van de zaak.
Enkele gegevens over de ontwikkeling van de rechtsstrijd.
s Hofs weergave van de partijstandpunten.
Dividend van een Nederlandse vennootschap, genoten door een ingezetene van het VK.
Art. 11. 1. Dividenden verkregen van een lichaam dat inwoner is van een van de Staten door een inwoner van de andere Staat, mogen in (...) 2. (1e al.) (...) de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde (beneficial owner [4] ) tot de dividenden inwoner van de andere Staat is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden: (...) b. (...) 15 percent van het brutobedrag van de dividenden. (...) 3. (1e volzin) (...) dividenden (...) 5. (1e volzin) Indien de uiteindelijk gerechtigde (beneficial owner) tot de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, 10 percent of meer van de soort aandelen waarop de dividenden zijn uitbetaald in eigendom heeft en in die Staat ter zake van die dividenden niet wordt belast, vindt het tweede lid (...) van dit artikel geen toepassing voor zover de dividenden slechts kunnen zijn betaald uit winst (...) welke het lichaam dat de dividenden betaalt, behaalde (...) in een tijdvak dat twaalf maanden of langer voor de relevante datum eindigt. (3e volzin) Dit lid is alleen dan van toepassing, indien de aandelen in de eerste plaats werden verkregen ten einde de voordelen van dit artikel te genieten en niet op grond van bonafide zakelijke overwegingen. (...)
Art. 12. 1. Interest (...)
Art. 13. 1. Royalty's (...)
Art. 14. 1. De verminderingen (...) van belasting in de bronstaat waarop de artikelen 11, 12 en 13 betrekking hebben (...) worden verleend volgens de procedure die (met inachtneming van de belastingwetgeving van die Staat) door de belastingautoriteiten van de Staten zal worden vastgesteld. 2. Indien aan de bron geheven belasting het bedrag aan belasting dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 11, 12 of 13 mag worden geheven, overtreft, wordt het meerdere (...) teruggegeven (...) 3. De bepalingen van artikel 11, tweede of derde lid, naar gelang van het geval, artikel 12, eerste lid, en artikel 13, eerste lid, zijn niet van toepassing indien: a. het aandelenbezit, de schuldvordering of de zaak, uit hoofde waarvan het desbetreffende inkomen werd verkregen, werd verworven krachtens een overeenkomst (...) waarbij de uiteindelijk gerechtigde (beneficial owner) is overeengekomen (...) het aandelenbezit, de schuldvordering of de zaak weer te verkopen (...)''
tot de dividenden [7] (Engelse tekst: ‘’where such dividends are benefically owned’’), zodat bijv. de vruchtgebruiker normaliter wel als ‘’beneficial owner’’ zal gelden.’’
Art. 10. 1. Dividenden verkregen van een lichaam dat inwoner is van een van de Staten door een inwoner van de andere Staat, mogen in (...) 2. (1e al.) (...) de Staat waarvan het lichaam dat de dividenden betaalt inwoner is, overeenkomstig de wetgeving van die Staat worden belast, maar indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden inwoner van de andere Staat is, mag de aldus geheven belasting niet overschrijden: (...) b. (...) 15 percent van het brutobedrag van de dividenden. (...) 6. (1e volzin) Indien de uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden, die inwoner is van een van de Staten, 10 percent of meer van de soort aandelen waarop de dividenden zijn uitbetaald in eigendom heeft en in die Staat ter zake van die dividenden niet wordt belast, vindt het tweede lid (...) van dit artikel geen toepassing voor zover de dividenden slechts kunnen zijn betaald uit winst (...) welke het lichaam dat de dividenden betaalt, behaalde (...) in een tijdvak dat twaalf maanden of langer voor de relevante datum eindigt. (3e volzin) Dit lid is alleen dan van toepassing, indien de aandelen in de eerste plaats werden verkregen ten einde de voordelen van dit artikel te genieten en niet op grond van bonafide zakelijke overwegingen. (...)
Art. 27.(...) 5. De verminderingen (...) van belasting in de bronstaat waarop [artikel] 10 (...) betrekking [heeft], worden verleend volgens de procedure die (met inachtneming van de belastingwetgeving van die Staat) door de bevoegde autoriteiten van de Staten zal worden vastgesteld. 6. Indien aan de bron geheven belasting het bedrag aan belasting dat ingevolge de bepalingen van [artikel] 10 (...) mag worden geheven, overtreft, wordt het meerdere (...) teruggegeven (...)’’
b, van de Overeenkomst aanspraak heeft op vermindering van dividendbelasting op de opbrengst van aandelen (...), heeft recht op teruggaaf van hetgeen aan dividendbelasting meer is ingehouden dan 15 percent. 2. (1e volzin) Tot het verkrijgen van de teruggaaf levert de belanghebbende (...) een ingevulde en ondertekende verklaring in (...) op een formulier (...) ‘’Inkomstenbelasting nr. 92 V.K. (1980)’’ (...)’’
reallyentitled to income which is actually received on his behalf by another person who may or may not be the owner in the formal, i.e. legal, sense and whose ownership may be qualified as fictitious. In a treaty context, this principle operates such that the advantageous tax treatment of income under the treaty is only available if the recipient of the income is not just the ‘’legal’’, but also the ‘’economic’’ or beneficial owner of the income. (...) This concept is significant, since it often occurs that the beneficial (or ‘’economic’’) owner of income cannot make use of treaty provisions, and therefore transfers his rights to a person who
isentitled to treaty benefits by transforming his direct entitlement to the income into another right vis-à-vis the other the other person. In most instances there is nothing illegal in this, but it is understandable, and often also acceptable, that the tax authorities and the courts do not wish to recognize such a transaction - at least when it is purely artificial - which, then, leads to favorable tax consequences, and that legal provisions are therefore introduced to counteract the tax benefits resulting therefrom. Thus, the beneficial ownership concept, which is inserted most frequently in the dividend, interest and royalty articles of tax treaties, (...) is designed to preclude that residents of third countries actually, i.e. economically, entitled to the income are able to gain an unintended access to treaty benefits by appointing an agent or nominee in a treaty country. (blz. 150, onder III, B) (...) it is argued by most experts that (...) the ‘’beneficial ownership’’ concept is (...) meant to enable the tax authorities to distinguish between the legal owner and the economic owner of the income if it appears that the legal owner receives the income on behalf of another person, the economic owner, and is under a direct obligation (contractual or otherwise) to pass the income on to the economic owner as he receives it. The relationship between a company (...) and its shareholders is different. Even if the company would be obliged to redistribute its entire income to its shareholders, they are only entitled to receive a dividend from the company and there is no direct entitlement to the income earned by the company and thus, according to this viewpoint, no ‘’beneficial ownership’’ of the company's income for the shareholders (...)’’
treaty shopping’’, zij het mogelijk slechts de meest voor de hand liggende. (...) (blz. 316) (...) Voor Nederland speelt (...) het nationale recht geen rol en zal een contekstuele betekenis moeten worden gevonden. In dit verband is van belang dat het commentaar bij het OESO-modelverdrag uit gaat van een beperkte toepassing van de anti-treaty shopping bepaling. Het commentaar vermeldt namelijk dat de beperking van het heffingsrecht van de bronstaat niet toepasselijk is als een tussenpersoon, zoals een
agentof
nominee(blz. 317) wordt geschakeld tussen de uiteindelijk gerechtigde en de betaler (...) Het begrip ‘’nominee’’ heeft geen specifieke juridische betekenis anders dan ‘’een persoon die handelt voor een ander in zijn plaats’’. Het gebruik van deze term in het OESO-commentaar verheldert de betekenis van het begrip uiteindelijk gerechtigde niet verder. (...) (blz. 319) (...) Tekst noch commentaar van het OESO-modelverdrag geven naar mijn mening (...) ruimte om de onderhavige bepaling toe te passen buiten formele ‘’agency’’ en ‘’nominee’’-verhoudingen. Dit betekent dat feitelijk doorbetalingsverplichtingen buiten aanmerking dienen te worden gelaten, zolang deze verplichtingen niet rechtstreeks zijn gekoppeld aan de afzonderlijke ontvangsten als zodanig.’’
bénéficiaire effectif’’, in German
‘’Nutzungsberechtigter’’) is a term which was not generally used before. It appears that in English private law, the terms ‘’beneficiary’’ or ‘’beneficial owner’’ are used to designate a person who benefits financially from property held by another - such as by a trust. But that is merely a meaning ascribed to it by common usage rather than by a precisely defined legal term. (...) 8 The first and foremost reason why the term cannot be interpreted by reference to the domestic law of the State applying the treaty is that none of the national tax systems in question offer a precise definition of the terms (...) The terms must, therefore, be interpreted with reference to the context of the treaty, and particularly with a view to the purpose pursued by the restriction. All that MC Comm. has to say to elucidate the matter is that treaty benefits should not be available when a third person - an ‘’intermediary’’ (
‘’intermédiaire’’) such as an agent or nominee (‘
’agent ou autre mandataire’’) - is interposed between the beneficiary and the payer (...) Further help can be derived from the fact that the terms chosen points toward ‘’benefit’’ (
bénéfice, Nutzen), and in the French text even to real benefit (
effectif). Even the term which the Committee on Fiscal Affairs initially considered adopting instead of ‘’beneficial owner’’, viz. ‘’final recipient’’, points in the same direction. Treaty benefits should not be granted with a view to a formal title to dividends, interest or royalties, but to the ‘’real’’ title. In other words, the old (blz. 457) dispute of ‘’form versus substance’’ should be decided in favour of ‘’substance’’. In this connection, the entitlement at issue in these instances is determined by reference to domestic - private - law. But - to repeat this once again - the question of when such entitlement is not merely a formal one, is a matter to be decided under treaty law. 9 The ‘’substance’’ of the right to receive certain yields has a dual aspect. The first is the right to decide whether or not a yield should be realized - i.e. whether the capital or other assets should be used or made available for use - the second is the right to dispose of the yield. Ownership is merely formal, if the owner is fettered in regard to both aspects either in law or in fact. On the other hand, recourse to the treaty is justified - i.e. is not improper - if he who is entitled under private law is free to wield at least one of the powers referred to. Hence, the ‘’beneficial owner’’ is he who is free to decide (1) whether or not the capital or other assets should be used or made available for use by others or (2) on how the yields therefrom should be used or (3) both. The MC's do not require the beneficial owner also to be the legal owner of the right or property giving rise to the payments (...) A usufructuary, therefore, also comes under the term ‘’beneficial owner’’ within the meaning of the MC's. (...) (blz. 458) (...) 12 e) Banks which undertake to collect dividends, interest or royalties for their customers normally are not in any way entitled to such payments and are, therefore, not even the formal owners nor consequently the ‘’recipients’’ within the meaning of Arts. 10 to 12 (...)’’
uiteindelijk gerechtigde tot de dividenden [13] (de ‘’beneficial owner’’) inwoner van die staat is. Deze accentverlegging vloeit voort uit de wens om van de verdragstoepassing uit te sluiten inwoners van derde staten die via een intermediair in de verdragsstaat de verdragsvoordelen willen genieten. (...)’’
Belastbaarheid in het VK.
Het formulier.
Aan- en verkoop van dividendbewijzen naar Nederlands nationaal inkomstenbelastingrecht.
Verkoop dividendbewijzen(...) Het wettelijk systeem, zoals het thans van kracht is, belast bij vervreemding de aandeelhouder voor de genoten opbrengst als vergoeding voor gederfde inkomsten (art. 31 Wet Pro IB'64), terwijl de verkrijger wordt belast op grond van art. 24 Wet Pro IB'64 (opbrengst van vermogen) maar de verkrijger mag de betaalde prijs als aftrekbare kosten in mindering op de bate brengen. (...)’’
‘’ Misbruik’’.
Conclusie.