ECLI:NL:PHR:1996:AA1843
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vermindering omzetbelasting na onjuiste weigering aangifte en onjuiste tenaamstelling uitnodiging tot betaling
De zaak betreft een geschil over de verschuldigde omzetbelasting bij invoer van gebruikte postzegels uit Duitsland. De belanghebbende en zijn compagnon kochten gezamenlijk de postzegels en deden aangifte bij het douanekantoor, maar de aangifte werd geweigerd wegens onvolledigheid. Vervolgens werd een uitnodiging tot betaling van omzetbelasting gestuurd aan de belanghebbende, die bezwaar maakte.
Het hof stelde de belanghebbende in het gelijk over de onrechtmatigheid van de weigering van de aangifte en vernietigde de aanslag, maar behandelde de subsidiaire stelling over de hoogte van de aanslag niet. De staatssecretaris stelde cassatie in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat de weigering van de aangifte niet zonder meer vaststaat omdat een ambtshalve beschikking vereist is bij geschil, en dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de aangifte niet aanvaard had moeten worden. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat de uitnodiging tot betaling onjuist op naam van de belanghebbende is gesteld, omdat niet is vastgesteld wie de goederen feitelijk heeft binnengebracht.
Daarnaast wordt vastgesteld dat de postzegels onder het lage tarief van 6% vallen in plaats van het algemene tarief van 18,5%, waardoor de aanslag verminderd moet worden tot ƒ 472,50. De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en de aanslag en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beslissing over de kosten.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en vermindert de aanslag omzetbelasting tot ƒ 472,50 wegens onjuiste weigering van aangifte en onjuiste tenaamstelling.