ECLI:NL:PHR:1996:AA1946
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling ondernemingskosten bij brandstichting en schadevergoeding in onderneming
Belanghebbende was ondernemer en had in 1985 een schip in reparatie genomen waarop brandschade ontstond. In 1991 betaalde hij een schadevergoeding en advocaatkosten aan de opdrachtgever na een rechterlijke beslissing en schikking. De vraag was of deze uitgaven als kosten van de onderneming in mindering konden worden gebracht bij de belastingaangifte over 1991.
Het Hof Arnhem had geoordeeld dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat de kosten ondernemingskosten waren en weigerde aftrek. De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel over schuld aan brandstichting een feitelijke kwestie is die in cassatie niet kan worden getoetst. Wel is de vraag of de kosten ondernemingskosten zijn een rechtsvraag die nadere uitleg en onderzoek vereist.
De Hoge Raad stelde dat het Hof tekortgeschoten is in de feitenvaststelling omtrent het verband tussen de kosten en de onderneming. De zaak wordt vernietigd en verwezen naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing. De uitspraak bevat uitgebreide jurisprudentie en annotaties over de fiscale behandeling van kosten die voortvloeien uit onrechtmatige daden binnen de onderneming.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof Arnhem en verwijst zaak terug voor nadere feitenvaststelling en beoordeling van ondernemingskosten.