ECLI:NL:PHR:1997:AA2263
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toepassing Duitse sociale zekerheidswetgeving op in Duitsland werkzame zelfstandige
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch over de premieplicht voor de Nederlandse volksverzekeringen in 1984 van een belanghebbende die in Duitsland als zelfstandige werkzaam was.
De Hoge Raad beoordeelde onder meer de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie en bevestigde dat het beroepschrift tijdig was ingediend volgens de Algemene wet bestuursrecht. Vervolgens werd inhoudelijk geoordeeld dat de belanghebbende, ondanks zijn Nederlandse woonplaats, in 1984 uitsluitend werkzaamheden in Duitsland verrichtte als directeur en enig aandeelhouder van een Duitse GmbH, waardoor hij volgens de Verordening nr. 1408/71 als zelfstandige onder de Duitse sociale zekerheidswetgeving viel.
De Hoge Raad volgde eerdere arresten en Europese jurisprudentie, waaronder het arrest Zinnecker, en stelde vast dat de Nederlandse premieplicht niet van toepassing was. Het beroep van de Staatssecretaris werd verworpen, waarmee het hofarrest werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris werd verworpen en de Duitse sociale zekerheidswetgeving werd bevestigd als toepasselijk.