ECLI:NL:PHR:1999:AA2756
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over discriminatie door verhoging arbeidskostenforfait in inkomstenbelasting 1994
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een arrest van het gerechtshof Leeuwarden dat een belastingplichtige een extra aftrekpost toekende wegens het verhoogde arbeidskostenforfait in de inkomstenbelasting 1994. Dit forfait werd verhoogd met het oog op het bevorderen van werkgelegenheid, maar leidde tot ongelijke behandeling tussen werkenden met hoge arbeidskosten en werkenden met standaardkosten. Het hof oordeelde dat deze ongelijke behandeling niet objectief en redelijk gerechtvaardigd was en kende de extra aftrek toe.
De Hoge Raad analyseert uitgebreid de geschiedenis en functie van het arbeidskostenforfait, dat oorspronkelijk een bewijstechnische functie had en beperkt was tot bescheiden bedragen. Vanaf 1991 werd het forfait verhoogd met het oog op materiële voordelen voor werkenden, maar dit voordeel viel slechts toe aan werkenden zonder of met vergoede kosten, waardoor een ongelijke behandeling ontstond. De Hoge Raad concludeert dat de verhogingen van het forfait geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bieden voor deze discriminatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de grenzen van zijn taak heeft overschreden door zelf rechtsherstel toe te kennen in de vorm van een extra aftrek. Het is aan de wetgever om te bepalen hoe rechtsherstel wordt verleend. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en bevestigt de uitspraak van de Inspecteur die de extra aftrek had geweigerd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en bevestigt de weigering van de extra aftrek wegens schending van het gelijkheidsbeginsel.