ECLI:NL:PHR:2000:AA4574
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorbedachte rade bij dodelijk schot na woninginbraak
Verdachte werd door het gerechtshof veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte rade op een vrouw die zijn woning betrad. Het hof oordeelde dat verdachte in kalm beraad en rustig overleg had gehandeld en een vooraf genomen besluit had uitgevoerd om met een geladen pistool te schieten op indringers.
Het cassatieberoep richtte zich onder meer tegen de bewezenverklaring van voorbedachte rade en de vermeende schending van het recht op een redelijke termijn. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het tijdsverloop binnen de redelijke termijn viel en dat het hof voldoende had gemotiveerd dat verdachte niet in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling handelde.
Daarnaast werd het beroep op noodweerexces afgewezen omdat verdachte vooraf had besloten te schieten en geen sprake was van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding. Het hof had terecht geoordeeld dat het schieten niet het gevolg was van een hevige gemoedsbeweging maar van een vooraf genomen besluit.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep geen gronden bevatte voor vernietiging en verwierp het beroep. Hiermee bleef de levenslange gevangenisstraf en de overige veroordelingen in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de levenslange gevangenisstraf wegens moord met voorbedachte rade.