ECLI:NL:PHR:2000:AA4732
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Noodzaak van ingebrekestelling bij schadevergoeding wegens ondeugdelijke levering machineonderdelen
Kinheim gaf Pelders opdracht tot levering van schroefelementen en kneedpennen die later ondeugdelijk bleken te zijn. Kinheim vorderde schadevergoeding wegens wanprestatie, maar had Pelders niet schriftelijk in gebreke gesteld met een aanmaning, waardoor volgens rechtbank en hof Pelders niet in verzuim was en geen schadevergoeding verschuldigd.
Kinheim stelde dat een ingebrekestelling niet nodig was omdat nakoming blijvend onmogelijk was, aanmaning zinloos zou zijn, en voor gevolgschade geen ingebrekestelling vereist is. Het hof verwierp deze grieven en wees de schadevergoeding af, terwijl de reconventionele vordering van Pelders werd toegewezen.
De Hoge Raad bespreekt uitgebreid de eisen van verzuim en ingebrekestelling, bevestigt dat een ingebrekestelling in beginsel vereist is, maar erkent uitzonderingen zoals blijvende onmogelijkheid en zinloosheid van aanmaning. Tevens oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het opschortingsrecht en de schadegrondslagen niet toewijsbaar zijn en vernietigt het arrest, verwijzend naar een ander hof voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar een ander hof voor verdere behandeling.