ECLI:NL:PHR:2000:AA5215
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van uitlevering aan Spanje ondanks betwisting betrokkenheid en risico op marteling
Verzoeker wordt verdacht van betrokkenheid bij het neerschieten van een Spaanse politiefunctionaris in 1980, gepleegd door leden van het ETA-commando. Hij ontkent betrokkenheid en stelt dat verklaringen tegen hem onder marteling zijn afgedwongen. Ook voert hij aan dat het feit een politiek delict betreft en dat uitlevering ontoelaatbaar is vanwege het risico op marteling.
De rechtbank verklaarde de uitlevering toelaatbaar, oordeelde dat verzoeker onvoldoende onschuld heeft aangetoond en dat de kwalificatie van het feit als moord door Spaanse autoriteiten niet ter discussie staat. De Hoge Raad bevestigt dat de rechter niet kan treden in de kwalificatie van feiten door de verzoekende staat en dat de beoordeling van het risico op marteling na uitlevering aan de minister van Justitie is voorbehouden.
Het beroep op het politieke karakter van het delict wordt verworpen omdat het feit geen absoluut politiek delict betreft, verzoeker zijn betrokkenheid ontkent en onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat het geweld direct het politieke doel dient. De Hoge Raad benadrukt het belang van vertrouwen in internationale rechtshulp en dat alleen bij klemmende redenen uitlevering kan worden geweigerd.
De klachten over de vertalingen van de stukken worden eveneens verworpen, aangezien de rechtbank voldoende heeft geoordeeld over de deugdelijkheid van de vertalingen. Het cassatieberoep wordt afgewezen en de uitlevering blijft toelaatbaar.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de uitlevering van verzoeker aan Spanje blijft toelaatbaar.