ECLI:NL:PHR:2000:AA5540
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid herkapitalisatie voorafgaand aan aandelenvervreemding
De zaak betreft een cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën tegen een uitspraak van het gerechtshof te 's-Gravenhage over de fiscale behandeling van een herkapitalisatie van een BV in 1992.
De centrale vraag was of de herkapitalisatie had plaatsgevonden vóór de vervreemding van de aandelen en of de herkapitalisatie op grond van fraus legis buiten beschouwing moest blijven bij de bepaling van de verkrijgingsprijs. Het hof oordeelde dat de herkapitalisatie vóór de vervreemding had plaatsgevonden en dat geen sprake was van fraus legis.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en overweegt dat de herkapitalisatiefaciliteit ook fiscale motieven kan dienen en dat het gebruik ervan voorafgaand aan een aanmerkelijk-belangtransactie niet automatisch strijdig is met doel en strekking van de wet. De wetgever heeft bewust gekozen voor een laag tarief en heeft niet voorzien in sancties voor het direct vervreemden van bonusaandelen na herkapitalisatie.
De Hoge Raad concludeert dat het beroep ongegrond is en verwerpt het cassatieberoep, waarmee het hofarrest in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.