ECLI:NL:PHR:2000:AA5880
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijswaardering en verwerpt cassatie in seksueel misbruikzaak
In deze zaak heeft het hof Arnhem verdachte op 12 februari 1999 veroordeeld voor het misdrijf van seksueel misbruik van een minderjarige. Tegen dit arrest is cassatie ingesteld door de raadsman van verdachte. De Hoge Raad heeft in haar arrest van 23 mei 2000 het cassatieberoep verworpen.
De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het hof terecht de selectie en waardering van het studioverhoor van het slachtoffer heeft gemaakt, waarbij bepaalde onderdelen als irrelevant werden weggelaten zonder dat de strekking van de verklaring werd veranderd. Ook is het beroep op onrechtmatigheid van het studioverhoor verworpen, omdat het hof voldoende heeft gemotiveerd dat de verklaring betrouwbaar was en niet het gevolg van onjuiste vraagstelling.
Voorts heeft de Hoge Raad bevestigd dat de verklaring van de moeder van het slachtoffer als ondersteunend bewijsmiddel mocht worden gebruikt, met name voor het bewijs dat het slachtoffer jonger dan twaalf jaar was. Ten slotte is het middel dat klaagde over de datum van het delict verworpen, omdat het hof het delict binnen een bredere periode heeft bewezenverklaard en het feit dat het slachtoffer ook buiten schooltijd op school kon worden aangetroffen, relevant is.
De Hoge Raad heeft geen reden gevonden om het arrest van het hof te vernietigen en heeft het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor seksueel misbruik.