De verdachte werd door het hof niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Haarlem wegens diefstal. De kern van het geschil betrof de tijdigheid van de indiening van het hoger beroep, waarbij een per fax verzonden volmacht door de raadsman van de verdachte op de laatste dag van de beroepstermijn om 17:06 uur werd ontvangen, terwijl de griffie om 17:00 uur sluit.
De verdachte had telefonisch zijn raadsman gemachtigd om het hoger beroep in te stellen omdat hij door een file niet zelf op tijd kon verschijnen. De fax met de volmacht en een handgeschreven notitie werden echter na sluitingstijd ontvangen. Het hof oordeelde dat de openingstijden van de griffie bepalend zijn voor de termijn en dat de volmacht daarom te laat was ingediend, ondanks de intentie en de verklaring van de verdachte.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte het belang van strikte naleving van termijnen van openbare orde. Het feit dat de griffiemedewerker na sluitingstijd nog aanwezig was en de verdachte geruststelde, doet niet af aan het verstrijken van de termijn. Ook werd het verzoek tot het horen van getuigen afgewezen omdat het hof voldoende was voorgelicht.
De Hoge Raad wees erop dat de termijn voor het aanwenden van rechtsmiddelen fataal is en dat alleen in uitzonderlijke gevallen, zoals verontschuldigbare onmacht buiten de invloedssfeer van de verdachte, een termijnoverschrijding kan worden geaccepteerd. Dit was hier niet het geval. De conclusie van de advocaat-generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd.