ECLI:NL:PHR:2000:AA8353
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigverklaring van overeenkomsten die voorkeursrecht gemeenten frustreren bij bedrijventerreinontwikkeling
Deze zaak betreft het beroep in cassatie tegen een beschikking van het Hof 's-Hertogenbosch waarin samenwerkingsovereenkomsten tussen particuliere grondeigenaren en een projectontwikkelaar nietig werden verklaard wegens schending van het gemeentelijk voorkeursrecht op grond van artikel 26 Wet Pro voorkeursrecht gemeenten (Wvg).
De Hoge Raad bevestigt dat het voorkeursrecht gemeenten een aanbiedingsplicht oplegt aan grondeigenaren die hun grond willen vervreemden, zodat gemeenten de mogelijkheid krijgen de grond onder voorwaarden te verwerven ter realisatie van bestemmingsplannen. Artikel 26 Wvg Pro biedt gemeenten een instrument om rechtshandelingen die kennelijk zijn gericht op het ontduiken van dit voorkeursrecht nietig te verklaren.
De Hoge Raad oordeelt dat rechtshandelingen waarbij de eigenaar de feitelijke beschikkingsmacht over de grond overdraagt tegen een vaste prijs zonder zelf of samen met een derde de bestemming voor eigen risico te realiseren, als verkapte vervreemding gelden en het voorkeursrecht schenden. Dit geldt ook als de overeenkomsten gericht zijn op de realisatie van de door gemeenten gewenste bestemming. De Hoge Raad verwierp verweren over procesbevoegdheid en proportionaliteit en bevestigde dat het algemeen belang bij tijdige en evenwichtige ruimtelijke ontwikkeling de toepassing van artikel 26 rechtvaardigt Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat het voorkeursrecht geen onteigening is en dat zelfrealisatie door de eigenaar of met hulp van derden buiten het bereik van artikel 26 valt Pro. De uitspraak bevestigt de positie van gemeenten om hun regiefunctie bij grondverwerving te beschermen tegen ontwijkingsconstructies die het voorkeursrecht frustreren.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de nietigverklaring van de samenwerkingsovereenkomsten wegens schending van het gemeentelijk voorkeursrecht.