ECLI:NL:PHR:2001:AA9607
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatieberoep tegen strafoplegging en overbrenging tenuitvoerlegging buitenlandse straf
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een uitspraak van de Arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch die de tenuitvoerlegging van een Duitse gevangenisstraf van 3 jaar en 9 maanden in Nederland heeft toegestaan. De veroordeelde was betrokken bij de invoer en handel in heroïne. De rechtbank legde een gevangenisstraf op die gelijk is aan de Duitse straf.
De cassatie richt zich op twee punten: de motivering van de strafoplegging, waarbij wordt geklaagd dat de rechtbank niet heeft toegelicht waarom zij een hogere straf oplegde dan de Officier van Justitie had voorgesteld, en de vraag of de veroordeelde op het moment van het verzoek tot overbrenging nog minimaal zes maanden straf te ondergaan had.
De Hoge Raad oordeelt dat de motivering van de strafoplegging voldoende is, mede omdat de afwijking van het voorstel van het Openbaar Ministerie niet zodanig is dat deze verbazing wekt. Ten aanzien van de zesmaandsvereiste stelt de Hoge Raad dat deze eis niet strikt is en dat in uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken. De rechtbank had geoordeeld dat de veroordeelde nog zes maanden straf te ondergaan had, maar dit oordeel is onbegrijpelijk geacht. Dit leidt echter niet tot vernietiging omdat de overdracht op grond van de uitzonderingsbepaling toch toelaatbaar is.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beslissing van de rechtbank.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de strafoplegging en overbrenging van de Duitse gevangenisstraf naar Nederland.