ECLI:NL:PHR:2010:BN7093
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafoplegging in WOTS-procedure bij invoer van cocaïne en hennep
De zaak betreft een WOTS-procedure waarbij de rechtbank toestemming gaf tot tenuitvoerlegging van een Maltese straf van 20 jaar gevangenisstraf en een geldboete van €50.000,-. De rechtbank legde een Nederlandse gevangenisstraf van 8 jaar op, rekening houdend met de LOVS-oriëntatiepunten, de ernst van de feiten en internationale gevoeligheden.
De veroordeelde voerde aan dat hij onder druk schuld had bekend vanwege de zware detentieomstandigheden in Malta en dat dit in de strafoplegging meegewogen moest worden. De rechtbank verwierp dit en oordeelde dat de detentieomstandigheden niet tot verlaging van de straf leiden, omdat de veroordeelde het risico van zwaardere buitenlandse straffen en detentieomstandigheden heeft aanvaard.
De Hoge Raad oordeelt dat de strafmotivering voldoet aan de wettelijke eisen van art. 31 lid 1 WOTS Pro en dat de keuze van straffactoren aan de feitenrechter is voorbehouden. Het cassatieberoep faalt, omdat de rechtbank haar motivering voldoende heeft onderbouwd en niet gehouden is om alle door de verdediging aangevoerde strafverlagende factoren te verwerken.
Hiermee wordt bevestigd dat in WOTS-procedures de Nederlandse strafoplegging binnen de grenzen van de buitenlandse straf blijft en dat motivering van de strafoplegging niet onder het regime van art. 359 lid 2 Sv Pro valt. De straf van 8 jaar blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de omzetting van de buitenlandse straf naar 8 jaar gevangenisstraf in Nederland.