ECLI:NL:PHR:2001:AB0378
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verrekening van onverteerde inkomsten en waardestijging aandelen bij echtscheiding met Amsterdams verrekenbeding
Partijen, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden met een Amsterdams verrekenbeding, zijn na hun echtscheiding verdeeld over de verrekening van onverteerde inkomsten en de waardestijging van aandelen en de echtelijke woning.
De vrouw vordert verrekening over de periode van het huwelijk, waarbij de man zich beroept op een vervaltermijn in de huwelijkse voorwaarden. Hof en Hoge Raad oordelen dat het beroep op deze vervaltermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De waardestijging van aandelen, voor zover deze voortkomt uit belegging van bespaarde inkomsten, moet worden betrokken in de verrekening. De waardestijging van privévermogen, zoals de woning, valt in principe buiten de verrekening.
De aflossingen op de hypotheek van de woning, gedaan met bespaarde inkomsten, worden wel als belegging in de verrekening betrokken. De vrouw kan geen aanspraak maken op de waardestijging van de woning zelf. De Hoge Raad verwerpt de cassatieberoepen van beide partijen en bevestigt de eerdere uitspraken.
Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoepen en bevestigt dat onverteerde inkomsten en waardestijging van aandelen verrekend moeten worden, terwijl waardestijging van de woning buiten verrekening blijft.