ECLI:NL:PHR:2001:AB0744
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling uitlevering Argentijnse verdachte voor doodslag en dood door schuld
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon uit Nederland aan Argentinië wegens twee verkeersincidenten waarbij twee vrouwen om het leven kwamen. Het eerste incident betrof een aanrijding met een auto waarbij het eerste slachtoffer direct overleed; dit werd gekwalificeerd als dood door schuld. Het tweede incident betrof het meesleuren en uiteindelijk doden van het tweede slachtoffer, gekwalificeerd als doodslag.
De verdediging voerde aan dat het tweede feit slechts doodslag uit onvoorzichtigheid betrof, wat onder het uitleveringsverdrag een uitzondering vormt voor uitlevering. De rechtbank oordeelde echter dat het feit naar Nederlands recht als doodslag kwalificeert en dat de uitzondering niet van toepassing is. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en wees op de juiste interpretatie van de kwalificaties en het uitleveringsverdrag.
Daarnaast werden bezwaren tegen uitlevering wegens mogelijke schendingen van artikel 3 en Pro 6 EVRM, waaronder het specialiteitsbeginsel, risico op onmenselijke behandeling, en schending van het recht op een redelijke termijn, verworpen. De Hoge Raad benadrukte het vertrouwensbeginsel in de rechtsstaat van de verzoekende staat en wees erop dat de verdachte zich aan vervolging had onttrokken door te vluchten.
De Hoge Raad concludeerde dat de uitlevering toelaatbaar is en verwierp het cassatieberoep. De feiten waarvoor uitlevering is toegestaan werden in de uitspraak opgenomen, waarbij doodslag als kwalificatie centraal staat.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de toelaatbaarheid van uitlevering voor doodslag, met afwijzing van bezwaren over mensenrechten en procesrechten.