ECLI:NL:PHR:2001:AB1058
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige geluidshinder door militair vliegveld Soesterberg en schadevergoeding
Deze zaak betreft een langlopende procedure over geluidshinder veroorzaakt door het militair vliegveld Soesterberg, waarbij [verweerder] schadevergoeding vordert van de Staat wegens overschrijding van geluidsnormen en onrechtmatige hinder.
De procedure startte met een dagvaarding in 1985 en omvatte meerdere vonnissen, tussenvonnissen en arrest van het Hof Amsterdam. Centraal staat de vraag of de geluidsbelasting op het perceel van [verweerder] de grenzen van het Besluit geluidsbelasting grote luchtvaartterreinen (BGGL) van 1981 heeft overschreden en of de Staat onrechtmatig heeft gehandeld.
De Hoge Raad bevestigt dat de zorgvuldigheidsnorm van art. 6:162 BW Pro van toepassing is en dat het KB van 1981 als normstellende indicatie kan worden gehanteerd, ook al gold het besluit nog niet in de relevante periode. De geluidsbelasting overschreed de toegestane 35 Ke, wat onrechtmatig handelen oplevert. De zaak wordt verwezen naar schadestaatprocedure om de omvang van de schade vast te stellen.
De Hoge Raad wijst tevens op de lange duur van de procedure en benadrukt het belang van spoedige afdoening. De conclusie van de Advocaat-Generaal is het cassatieberoep van de Staat te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de Staat onrechtmatig heeft gehandeld door overschrijding van geluidsnormen en verwijst de zaak naar schadestaatprocedure.