ECLI:NL:PHR:2001:AB1116
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen btw-heffing over fictieve financieringsvergoeding bij leasing met renteloze lening
De zaak betreft een geschil tussen de staatssecretaris van Financiën en een fiscale eenheid die auto's via leasing ter beschikking stelt aan gebruikers. Sommige gebruikers verstrekken renteloze leningen aan de leasemaatschappij om de aanschaf van de auto's te financieren. De vraag was of over een dergelijke fictieve financieringsvergoeding omzetbelasting verschuldigd is.
De Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest uit 1996 waarin werd geoordeeld dat financieringskosten die rechtstreeks door de gebruiker worden gedragen, niet tot de vergoeding voor de dienst van de leasemaatschappij behoren. De Hoge Raad bevestigt dat dit oordeel ook geldt in de onderhavige zaak, ondanks verschillen zoals het ontbreken van fiduciaire eigendomsoverdracht en het feit dat de leningbedragen worden afgerond op veelvouden van ƒ 10.000.
De Hoge Raad benadrukt dat de maatstaf van heffing voor btw subjectief is en gebaseerd moet zijn op de werkelijk ontvangen tegenprestatie. De renteloze lening wordt gezien als het overnemen van financiering door de gebruiker, zonder dat de leasemaatschappij een vergoeding voor financieringskosten ontvangt. Het beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het beroep in cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van de staatssecretaris wordt verworpen; geen btw verschuldigd over fictieve financieringsvergoeding.