ECLI:NL:PHR:2001:AB1252
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over aansprakelijkheid en schadevergoeding bij asbestverontreiniging na stormschade woning
De zaak betreft een geschil tussen eiser en verweerster over de uitvoering van herstelwerkzaamheden aan een woning die door een storm was beschadigd. Tijdens de werkzaamheden kwamen asbestvezels vrij, wat leidde tot gezondheids- en veiligheidszorgen bij eiser. De rechtbank oordeelde dat verweerster aansprakelijk was voor de onrechtmatige daad van haar onderaannemer en veroordeelde haar tot schadevergoeding voor materiële schade, maar wees immateriële schade af wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijk risico.
Eiser stelde hoger beroep in tegen de afwijzing van zijn immateriële schadevergoeding en voerde aan dat de situatie rondom de asbestverontreiniging gevaarlijk was en psychische schade had veroorzaakt. Het hof verwierp deze grieven, onder meer vanwege onvoldoende onderbouwing en bewijsaanbod dat te vaag was. Eiser stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Advocaat-Generaal concludeert dat het hof onvoldoende inhoudelijk onderzoek heeft gedaan naar de gegrondheid van de door eiser gestelde schadeposten, met name de psychische gevolgen van de asbestverontreiniging. De AG benadrukt dat letselschadevorderingen serieus moeten worden genomen en dat nader feitelijk onderzoek noodzakelijk is. De conclusie strekt tot vernietiging van het arrest van het hof en verwijzing naar de verwijzingsrechter voor verdere beoordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar de immateriële schade en psychische gevolgen van de asbestverontreiniging.