ECLI:NL:PHR:2000:AA7202
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens onvoldoende motivering van middelen in executiegeschil
In deze zaak gaat het om een geschil tussen eiser en de Gemeente over de executoriale verkoop en ontruiming van panden waarin een hotel was gevestigd. De panden waren belast met hypotheken en werden in 1995 executoriaal verkocht aan de Gemeente. Eiser had kort geding aangespannen tegen ontruiming, maar dit werd afgewezen door de rechtbank en het hof.
Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in tegen het arrest van het hof, met zeven cassatiemiddelen waarvan er drie werden ingetrokken. De middelen betroffen onder meer de vraag of de tweede hypotheekhouder recht had op parate executie en of de Gemeente zich schuldig had gemaakt aan misbruik van bevoegdheid of onrechtmatige daad.
De Hoge Raad beoordeelde de motivering van de cassatiemiddelen en oordeelde dat deze onvoldoende waren toegelicht in de cassatiedagvaarding en dat de schriftelijke toelichting niet volstaat. De middelen bevatten geen concrete aanwijzingen waarom het recht zou zijn geschonden of welke vormen niet waren nageleefd.
Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser niet-ontvankelijk, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens onvoldoende motivering van de cassatiemiddelen.