ECLI:NL:PHR:2001:AB1697
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid exploitatie- en samenwerkingsovereenkomst wegens schending voorkeursrecht gemeente Utrecht
De zaak betreft een geschil tussen meerdere verzoekers en de gemeente Utrecht over de geldigheid van exploitatie- en samenwerkingsovereenkomsten met betrekking tot een perceel waarop het voorkeursrecht van de gemeente van toepassing is. De gemeente stelde dat deze overeenkomsten waren opgezet om het voorkeursrecht te omzeilen, hetgeen in strijd zou zijn met art. 26 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg).
De rechtbank wees het verzoek van de gemeente tot nietigverklaring af, maar het Hof vernietigde deze beschikking en verklaarde de overeenkomsten nietig. Het Hof oordeelde dat de overeenkomsten materieel neerkwamen op vervreemding van het perceel zonder dat de gemeente de kans kreeg het perceel te kopen, waarmee het voorkeursrecht werd geschonden.
De Hoge Raad stelt in zijn arrest dat het Hof ten onrechte geen belang hechtte aan de vraag of de gemeentelijke regiefunctie daadwerkelijk werd aangetast. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, waarbij partijen hun standpunten kunnen aanpassen. De uitspraak benadrukt de noodzaak om bij toepassing van art. 26 Wvg Pro ook de regiefunctie van de gemeente mee te wegen.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest Hof en verwijst zaak terug voor verdere behandeling met nadruk op gemeentelijke regiefunctie.