ECLI:NL:PHR:2001:AD4290
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitlevering ondanks inzet burgerinfiltrant en lange termijn
In deze zaak ging het om het cassatieberoep tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam die de uitlevering van een verdachte aan de Verenigde Staten toestond ter zake van drugshandel. De verdediging voerde onder meer aan dat de inzet van een burgerinfiltrant in de VS in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Nederlandse orde public, en dat de lange termijn tussen de feiten en het uitleveringsverzoek een schending van het recht op een eerlijk proces opleverde.
De Rechtbank had de verdediging verworpen, stellende dat het uitleveringsverdrag tussen Nederland en de VS geen weigeringsgrond bevat voor inzet van burgerinfiltranten, en dat de Nederlandse orde public niet was geschonden. Ook werd geoordeeld dat de lange termijn niet tot een ontoelaatbare vertraging leidde. De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en oordeelde dat de inzet van burgerinfiltranten geen flagrante schending van EVRM-artikelen 6 en 8 opleverde, en dat de Rechtbank voldoende gemotiveerd had geoordeeld over de beantwoording van vragen door de Amerikaanse autoriteiten.
Daarnaast werd het beroep op het horen van getuigen afgewezen wegens gebrek aan feitelijke grondslag. De Hoge Raad benadrukte dat dubbele strafbaarstelling was voldaan en dat de uitlevering toelaatbaar was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de uitlevering definitief werd bevestigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep tegen de uitlevering aan de Verenigde Staten wordt verworpen en de uitlevering wordt bevestigd.