ECLI:NL:PHR:2001:AD4322
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bepaaldheid van smaadbeschuldiging in strafzaak tegen verzoekster
Verzoekster is door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens medeplegen van smaad, waarbij zij werd beschuldigd van het verspreiden van beschuldigingen dat betrokkene vrouwen mishandelt, bedreigt en overlast veroorzaakt. De Hoge Raad onderzoekt of de tenlastelegging voldoet aan de eis van bepaaldheid zoals vereist in art. 261 Sr Pro.
De Hoge Raad benadrukt dat smaad vereist dat een bepaald feit wordt beschuldigd met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven. De eis van bepaaldheid betekent dat de beschuldiging een concreet te onderkennen gedraging moet betreffen, maar vereist niet noodzakelijk een exacte aanduiding van tijd en plaats. Vage beschuldigingen die slechts een ongunstige karaktereigenschap toedichten, voldoen niet aan deze eis.
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad dat de uitlatingen over mishandeling, bedreiging en overlast een voldoende duidelijke beschrijving van een bepaald feit vormen. De beschuldiging wekt de indruk dat betrokkene ernstige en strafbare gedragingen heeft verricht, wat het onderscheid maakt met eenvoudige belediging. De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de geldigheid van de veroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling van verzoekster wegens medeplegen van smaad met een voorwaardelijke gevangenisstraf.