ECLI:NL:PHR:2001:AD7323
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg van artikel 4 lid 1 van de CAO Bouwbedrijf inzake inlening van arbeidskrachten
Deze zaak betreft de uitleg van artikel 4 lid 1 van Pro de CAO voor het Bouwbedrijf, zoals deze gold tot 1 juli 1997, met name de reikwijdte van het begrip 'werknemer' en de toepassing van deze bepaling op ingeleend personeel van uitzendbureaus en andere niet-bouwbedrijven.
Eisers vorderden dat artikel 4 lid 1 van Pro de CAO buiten toepassing zou blijven voor arbeidskrachten die zij inleenden van uitzendbureaus en andere bedrijven dan bouwbedrijven, omdat deze werknemers onder andere CAO's vallen. De rechtbank verwierp deze vordering en oordeelde dat de tekst van artikel 4 lid 1 geen Pro beperking tot collegiale uitlening bevat en dat de ontheffingsbepaling in lid 2 juist betrekking heeft op uitzendbureaus met vergunning.
De Hoge Raad bevestigt de uitleg van de rechtbank dat de bepaling ook geldt voor niet-collegiale inlening en dat de tekst, gelezen in samenhang met lid 2 en de voetnoot, geen aanleiding geeft tot een beperktere interpretatie. Het cassatieberoep wordt verworpen, waarmee de uitleg van artikel 4 lid 1 als Pro bindend wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en artikel 4 lid 1 van de CAO Bouwbedrijf is ook van toepassing op ingeleend personeel van uitzendbureaus en andere niet-bouwbedrijven.