ECLI:NL:PHR:2002:AE7002
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering voor uitgezonden werknemer
De zaak betreft de uitleg van een collectieve arbeidsongeschiktheidsverzekering die door werkgever [A] is afgesloten ten behoeve van haar naar het buitenland uitgezonden werknemers, waaronder eiser. Eiser raakte arbeidsongeschikt na een auto-ongeluk in het buitenland en vorderde een verklaring voor recht dat hem vanaf 1 april 1993, zolang hij arbeidsongeschikt blijft, recht toekomt op uitkeringen uit hoofde van deze verzekering.
De rechtbank wees de vordering toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en wees de vordering af, stellende dat de verzekering eindigt bij beëindiging van het dienstverband en dat de wachttijd van 52 weken arbeidsongeschiktheid binnen de looptijd van de verzekering moet zijn voltooid. Het hof oordeelde dat geen sprake was van een 'narisico' en dat de verzekering geen dekking bood voor arbeidsongeschiktheid die zich na beëindiging van het deelnemerschap voordeed.
De Hoge Raad overweegt dat vanwege de collectieve aard van de verzekering en het feit dat werknemers niet bij de totstandkoming waren betrokken, de uitleg volgens de CAO-maatstaf moet plaatsvinden. Verder stelt de Hoge Raad dat het recht op WAO-uitkering ontstaat bij het intreden van arbeidsongeschiktheid en dat de wachttijd van 52 weken een opschortende tijdsbepaling is, geen constitutieve voorwaarde voor het ontstaan van het recht. De uitleg van het hof leidt tot een onaannemelijk resultaat omdat de verzekering bedoeld is om het WAO-gat te dekken voor uitgezonden werknemers. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.