ECLI:NL:PHR:2001:ZC3658
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt beroep op overmacht bij verkeersongeval met stilstaande auto
Op 18 maart 1993 vond een verkeersongeval plaats waarbij een fietser en haar dochter betrokken waren. De bestuurder van een Renault-auto stond stil achter een vrachtauto toen de fietser plotseling het pad uitreed en tegen de auto botste, waarbij letsel ontstond. De verzekeraar Levob betaalde de medische kosten, maar de bestuurder weigerde vergoeding.
De rechtbank oordeelde dat de bestuurder aansprakelijk was, met gedeeltelijke medeschuld van de fietser. Het hof stelde echter vast dat de auto van de bestuurder vrijwel stil stond en dat de fietser onverwacht en onwaarschijnlijk tegen de auto reed, waardoor de bestuurder geen verwijt kon worden gemaakt en overmacht van toepassing was.
Levob stelde cassatie in tegen dit oordeel, met klachten over de motivering en feitelijke aannames van het hof. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat de bestuurder zich terecht op overmacht kon beroepen, omdat hij zijn auto stilhield en de fout van de fietser zo onwaarschijnlijk was dat hij daarmee geen rekening hoefde te houden.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de automobilist zich terecht op overmacht kon beroepen en wijst het cassatieberoep af.