ECLI:NL:PHR:2000:AA8737
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Overmacht en aansprakelijkheid bij verkeersongeval met jeugdige fietser
Op 23 mei 1989 vond een verkeersongeval plaats op de Gasthuissingel te Bolsward tussen een vrachtwagen bestuurd door de chauffeur en een toen 9-jarige fietser. De fietser raakte ernstig gewond nadat hij tijdens een inhaalmanoeuvre viel en in aanraking kwam met de vrachtwagen. De weg was 6 meter breed, de weersomstandigheden goed en de vrachtwagen reed met een snelheid van 25 tot 30 km/u.
FBTO, verzekeraar van de ouders van de fietser, vorderde van Delta Lloyd, de WAM-verzekeraar van de vrachtwagenchauffeur, vergoeding van de schade. Delta Lloyd voerde overmacht aan op grond van art. 31 lid 1 WVW Pro omdat de chauffeur geen verkeersfout zou hebben gemaakt. Zowel de rechtbank als het hof wezen de vordering af en oordeelden dat de chauffeur geen enkel verwijt kon worden gemaakt en een ruime strook van circa 2,50 meter had vrijgelaten.
De Hoge Raad stelt dat een beroep op overmacht slechts kan slagen indien aannemelijk is dat de aanrijding uitsluitend te wijten is aan een fout van de fietser die voor de chauffeur zo onwaarschijnlijk was dat hij er geen rekening mee hoefde te houden. Het hof had onvoldoende vastgesteld dat de fietser een zodanige fout had gemaakt. Het enkele feit dat de oorzaak van het ongeval niet duidelijk is, betekent niet dat Delta Lloyd aan haar stelplicht heeft voldaan.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en stelt dat de zaak op het bestaande hoger beroep zelf kan worden afgedaan door de vordering van FBTO alsnog toe te wijzen. De chauffeur kan niet worden vrijgesteld van aansprakelijkheid omdat niet is aangetoond dat de aanrijding uitsluitend en onwaarschijnlijk aan de fietser te wijten is.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de vordering van FBTO toe wegens onvoldoende aannemelijkheid van overmacht door Delta Lloyd.